Hoge Raad 2 februari 2024 Hoge Raad 8 december 2023 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 november 2023 Rechtbank Noord-Nederland 24 november 2023 Hoge Raad 17 november 2023 Bekijk alles
ECLI:NL:RBOBR:2017:5438 Rechtbank Oost-Brabant 27 juni 2017

ECLI:NL:RBOBR:2017:5438

Datum: 27-06-2017

Onderwerp: DNA

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Extern

Verzoek gegrondverklaring ontkenning vaderschap artikel 1:200 BW. Moeder en de man zijn het er over eens dat de man niet de biologische vader is van de minderjarige. De man legt een rapport van DNA-onderzoek over. Dat de man, die juridisch vader van de minderjarige is, niet haar biologische vader is, staat niet ter vrije bepaling van partijen. De rechtbank is van oordeel dat van het reeds verrichtte DNA-onderzoek niet is gebleken dat dat voldoet aan de kwaliteitseisen van een geaccrediteerd laboratorium voor DNA-onderzoek zoals hiervoor bedoeld. Uit het door de man overgelegde rapport van DNA-onderzoek en de nadere stukken blijkt niet of ook de voorafgaande procedure tot afname van DNA-materiaal, identificatie van de betreffende persoon en de verwerking en verzending van het DNA-materiaal naar het onderzoekslaboratorium voldoet aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve niet de volledige procedure uitgevoerd conform de accreditatie ISO 17025 norm en kan de rechtbank daaraan geen andere conclusie verbinden dan dat aan de overgelegde resultaten van DNA-onderzoek onvoldoende bewijskracht toekomt.

Ga naar uitspraak