Rechtbank Oost-Brabant 4 november 2025 Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2025 Rechtbank Rotterdam 24 oktober 2025 Rechtbank Overijssel 23 oktober 2025 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 oktober 2025 Bekijk alles
ECLI:NL:RBOVE:2025:6196 Rechtbank Overijssel 23 oktober 2025

ECLI:NL:RBOVE:2025:6196

Rechtbank:Rechtbank Overijssel

Datum: 23-10-2025

Onderwerp: Hoogte loon tijdens ziekte

Overige onderwerpen: 3. Loon, Loon, Rechtbank Gelderland 23 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6196 (gedragslijn)-Geschil over de hoogte van het loon tijdens ziekte-Wettelijk: 70%, maar kan ook meer zijn -HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:976 FNV / Pontmeyer) : afdwingbare aanvullende arbe, Wat gaan we vandaag bespreken?

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht, Arbeidsrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Eiser is bij Bowling Enschede in dienst, maar is (opnieuw) wegens ziekte uitgevallen. Partijen hebben een geschil over welk percentage aan loon Bowling Enschede aan eiser moet doorbetalen. Eiser stelt dat Bowling Enschede zijn loon volledig (100%) moet doorbetalen, omdat Bowling Enschede dat bij eerdere ziekteperioden ook heeft gedaan. Bowling Enschede betwist dat zij daartoe gehouden is. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat tussen partijen een gedragslijn bestaat op basis waarvan kan worden aangenomen dat sprake is van een afdwingbare aanvullende arbeidsvoorwaarde die maakt dat eiser recht heeft op volledige doorbetaling van zijn loon tijdens ziekte. De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen, met veroordeling van hem in de proceskosten.


Uitspraak:

RECHTBANK
OVERIJSSEL

Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 11886793 \ CV EXPL 25-2787

Vonnis in kort geding van 23 oktober 2025

in de zaak van

[eiser]
,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. S.J.H. de Groot,

tegen

BOWLING ENSCHEDE B.V.,
te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Bowling Enschede,
gemachtigde: mr. P.J.B.M. Besselink.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van [eiser], - een productie van Bowling Enschede,- de mondelinge behandeling van 9 oktober 2025,- de pleitnota van Bowling Enschede.

2Waar gaat de zaak over?

2.1.

[eiser] is bij Bowling Enschede in dienst, maar is (opnieuw) wegens ziekte uitgevallen. Partijen hebben een geschil over welk percentage aan loon Bowling Enschede aan [eiser] moet doorbetalen. [eiser] stelt dat Bowling Enschede zijn loon volledig (100%) moet doorbetalen, omdat Bowling Enschede dat bij eerdere ziekteperioden ook heeft gedaan. Bowling Enschede betwist dat zij daartoe gehouden is. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat tussen partijen een gedragslijn bestaat op basis waarvan kan worden aangenomen dat sprake is van een afdwingbare aanvullende arbeidsvoorwaarde die maakt dat [eiser] recht heeft op volledige doorbetaling van zijn loon tijdens ziekte. De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen, met veroordeling van hem in de proceskosten. De motivering van deze beslissing volgt hierna.

3De feiten

3.1.

[eiser] is op 1 januari 2002 in dienst getreden bij Bowling Enschede in de functie van technisch medewerker met een arbeidsomvang van 30 uur per week en een brutoloon van laatstelijk € 2.595,85 per maand (excl. 8% vakantiegeld en overige emolumenten). Volgens de arbeidsovereenkomst is de Horeca-cao van toepassing, zolang deze algemeen verbindend is verklaard.

3.2.

[eiser] is in de periode van oktober 2021 tot en met oktober 2023 ziek geweest. Gedurende die periode heeft Bowling Enschede het loon van [eiser] volledig (100%) doorbetaald. Na 103 weken heeft [eiser] zich hersteld gemeld.

3.3.
Op 22 maart 2024 heeft [eiser] zich opnieuw (volledig) ziekgemeld.

3.4.
Bowling Enschede heeft [eiser] in maart 2024 nog zijn volledige loon betaald. Vanaf april 2024 is zij een lager bedrag aan loon gaan betalen.

3.5.
Op 1 mei 2024 heeft [eiser] het volgende aan Bowling Enschede gemaild:

‘Ik zag dat er voor de maand april een bedrag van 1697,10 was overgemaakt.

Volgens mijn contract is het horeca cao van toepassing en heb ik bij ziekte recht op 95% van het loon.

Wil je dat a.u.b. herstellen?’

3.6.
Partijen hebben vervolgens gediscussieerd over de vraag welk percentage aan loon [eiser] doorbetaald moet krijgen tijdens ziekte. Bowling Enschede stelde zich eerst op het standpunt dat de Horeca-cao niet van toepassing is en daarom het wettelijke percentage van 70% gehanteerd moet worden. Bij brief van 6 september 2024 heeft zij laten weten dat zij met terugwerkende kracht toch de Horeca-cao zal toepassen en zij een nabetaling zal doen, gebaseerd op 95% procent van het loon voor het eerste ziektejaar. Die nabetaling heeft ook plaatsgevonden.

3.7.

Sinds april 2025, te weten het tweede ziektejaar van [eiser], betaalt Bowling Enschede conform de Horeca-cao nog 75% van het loon van [eiser] door. Partijen hebben ook over die verlaging gediscussieerd. De gemachtigde van Bowling Enschede heeft op
6 mei 2025 laten weten dat zij niet gehouden is om [eiser] een hoger percentage te betalen.

3.8.

[eiser] is tot op heden nog steeds volledig arbeidsongeschikt.

4Het geschil

4.1.

[eiser] vordert, kort samengevat, veroordeling van Bowling Enschede tot betaling van zijn loon tijdens ziekte tot 100%, vermeerderd met de wettelijke verhoging (50%), de wettelijke rente, proceskosten en nakosten. Daarnaast vordert hij dat Bowling Enschede hem deugdelijke netto/bruto specificaties moet verstrekken, op straffe van een dwangsom.

4.2.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Bowling Enschede hem tijdens eerdere ziekteperiodes, waaronder in 2006 en de langere ziekteperiode tussen oktober 2021 en oktober 2023, het volledige (100%) loon heeft doorbetaald. [eiser] stelt dat de volledige loondoorbetaling tijdens ziekte een arbeidsvoorwaarde is geworden. Hij mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Bowling Enschede op dezelfde wijze zou blijven handelen, nu nooit enig voorbehoud is gecommuniceerd en/of bedongen dat aan de hogere loondoorbetaling tijdens ziekte geen rechten konden worden ontleend.

4.3.
Bowling Enschede voert verweer. [eiser] was volgens haar een gewaardeerde werknemer en hij was tot 2021, op een korte periode in 2006 na, nooit ziek. Dit was de reden dat zij in de ziekteperiode tussen oktober 2021 en oktober 2023 uit coulance [eiser] 100% loon is blijven betalen, ondanks dat zij het recht had om een lager percentage aan loon door te betalen. Bowling Enschede betwist dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij, nadat hij kort daarvoor op één week na twee jaar lang 100% loon tijdens ziekte ontving, bij zijn volgende ziekmelding die kort daarna volgde en nog steeds voortduurt wederom volledig doorbetaald zou krijgen. [eiser] realiseerde zich dat volgens Bowling Enschede zelf ook. In een e-mail van 1 mei 2024 schreef hij namelijk dat volgens zijn arbeidsovereenkomst de Horeca-cao van toepassing is en hij bij ziekte recht heeft op 95% van het loon. Van een arbeidsvoorwaarde kan dan ook geen sprake zijn.

4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5De beoordeling

Spoedeisend belang

5.1.
Op grond van artikel 254 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is voor toewijzing van een vordering in kort geding vereist dat een eisende partij daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat houdt in dat van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

5.2.

[eiser] stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering. Dat spoedeisend belang vloeit volgens hem voort uit de aard van de loonvordering. Daarnaast ondervindt hij er al vanaf april 2024 financiële gevolgen van dat Bowling Enschede weigert om zijn loon volledig te betalen. Sinds het tweede ziektejaar wordt een nog hoger percentage aan loon ingehouden, waardoor hij steeds verder in de financiële problemen raakt.

5.3.
Bowling Enschede betwist dat [eiser] een spoedeisend belang heeft. [eiser] weet al vanaf april 2024 dat Bowling Enschede zijn loon tijdens ziekte niet volledig betaalt, maar heeft bijna anderhalf jaar gewacht met het instellen van een vordering. De omstandigheid dat [eiser] zolang heeft stilgezeten maakt volgens Bowling Enschede dat niet kan worden gesproken van een spoedeisend belang. De kantonrechter is dat met Bowling Enschede eens, maar ziet ook dat de kwestie veel impact heeft op de onderlinge verhoudingen en dat beide partijen er belang bij hebben te weten waar zij aan toe zijn. Daar kan een gemotiveerd voorlopig oordeel aan bijdragen, waardoor de kantonrechter tot inhoudelijke beoordeling van de zaak zal overgaan.

Hoogte loon bij ziekte

5.4.
De kantonrechter moet in dit kort geding beoordelen of de vorderingen van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

5.5.
Partijen hebben een geschil over de hoogte van het (bruto)loon waar [eiser] tijdens ziekte aanspraak op kan maken. Op grond van artikel 7:629 Burgerlijk Wetboek is een werkgever verplicht in de eerste twee ziektejaren 70% van het loon door te betalen. Werknemers en werkgevers kunnen ten gunste van de werknemer van de hiervoor genoemde hoofdregel afwijken. Dit kan door het maken van collectieve of individuele afspraken. Uit een vaste gedragslijn van de werkgever kan ook een afdwingbare aanvullende arbeidsvoorwaarde voortvloeien. Volgens de Hoge Raad laat de vraag wanneer daarvan sprake is, zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op de zin die partijen aan elkaars gedragingen (en in verband daarmee staande verklaringen) hebben toegekend en in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen. In dit verband komt betekenis toe aan gezichtspunten als (i) de inhoud van de gedragslijn, (ii) de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer jegens elkaar innemen, (iii) de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd, (iv) hetgeen de werkgever en de werknemer in verband met deze gedragslijn jegens elkaar hebben verklaard of juist niet hebben verklaard, (v) de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien en (vi) de aard en de omvang van de kring van werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.

5.6.
Tussen partijen is niet in geschil dat Bowling Enschede het loon tijdens een korte periode van ziekte van [eiser] in 2006 en in de periode van oktober 2021 tot en met oktober 2023 100% heeft doorbetaald. Dit kan bij [eiser] verwachtingen hebben gewekt, maar dat is niet voldoende om te spreken van een vaste gedragslijn die als een arbeidsvoorwaarde kan worden aangemerkt. Belangrijk is ook wat Bowling Enschede en [eiser] in verband met deze gedragslijn tegenover elkaar hebben verklaard.

5.7.

De kantonrechter begrijpt dat partijen na de vorige ziekteperiode niet met elkaar hebben gesproken over wat [eiser] doorbetaald krijgt als hij opnieuw ziek uitvalt. Wel hebben partijen toen gediscussieerd over andere aanspraken waar [eiser] tijdens ziekte recht op had, waaronder over de opbouw van vakantiedagen. In die gesprekken deed [eiser] volgens Bowling Enschede een beroep op bepalingen uit de Horeca-cao, wat door [eiser] niet is weersproken. Uiteindelijk heeft Bowling Enschede de Horeca-cao gevolgd. In de Horeca-cao is, in aanvulling op de wet, bepaald dat een werknemer bij ziekte gedurende de eerste 52 weken 95% van het maandloon ontvangt en de daaropvolgende 52 weken 75%. Toen [eiser] opnieuw ziek uitviel, heeft Bowling Enschede [eiser] op 30 april 2024 maar 70% loon uitbetaald. [eiser] heeft de volgende dag Bowling Enschede gemaild dat hij zag dat er maar
€ 1.697,10 was overgemaakt, de Horeca-cao van toepassing is en hij daarom recht heeft op 95% van zijn loon (zie 3.5). Hieruit maakt de kantonrechter op dat [eiser] er toen vanuit ging dat hij recht had op dat percentage aan loon en dus niet op de 100% zoals hij nu stelt.

5.8.
Verder is de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gestelde gedragslijn voortvloeien in dit geval van belang. [eiser] heeft zich bij de vorige ziekteperiode na ruim 103 weken hersteld gemeld. Vervolgens valt hij een paar maanden later weer uit. Naar oordeel van de kantonrechter had [eiser] niet van Bowling Enschede mogen verwachten dat zij wederom twee jaar lang 100% zou blijven betalen, terwijl dat op grond van de cao niet verplicht is. Nu [eiser] op de hoogte was van wat daarover in de cao staat, had hij kunnen anticiperen op het terugvallen in loon, zodat het nadeel voor hem beperkt blijft.

5.9.
Volgens de kantonrechter is gelet op het voorgaande niet gebleken dat tussen partijen een gedragslijn bestaat op basis waarvan kan worden aangenomen dat sprake is van een afdwingbare aanvullende arbeidsvoorwaarde die maakt dat [eiser] recht heeft op volledige doorbetaling van zijn loon tijdens ziekte. Hierdoor is het niet waarschijnlijk dat de bodemrechter de vordering van [eiser] tot betaling van 100% van het loon tijdens ziekte zal toewijzen. De kantonrechter wijst daarom de loonvordering van [eiser] af.

Nevenvorderingen

5.10.
Nu de loonvordering van [eiser] wordt afgewezen, zullen de daarmee verband houdende nevenvorderingen (wettelijke verhoging, wettelijke rente, deugdelijke netto/bruto specificaties) ook worden afgewezen.

Proceskosten

5.11.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bowling Enschede worden begroot op:

- salaris gemachtigde

543,00

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

678,00

6De beslissing

De kantonrechter

6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,

6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025.

HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:976 (FNV/ [naam]).

Spreker(s)

mr. Ben van Meurs

advocaat KampsVanBaar Advocaten

mr. Erika Wies

legal counsel, arbeidsjurist Erasmus Universiteit Rotterdam