Hoge Raad 19 december 2025 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 december 2025 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 december 2025 Rechtbank Gelderland 18 december 2025 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2025 Bekijk alles
ECLI:NL:RBOVE:2025:6569 Rechtbank Overijssel 5 november 2025

ECLI:NL:RBOVE:2025:6569

Rechtbank:Rechtbank Overijssel

Datum: 05-11-2025

Onderwerp: Schriftelijke aanwijzing wordt door kinderrechter gedeeltelijk vervallen verklaard

Overige onderwerpen: Rechtbank Overijssel 5 november 2025; ECLI:NL:RBOVE:2025:6569De kinderrechter verklaart de schriftelijke aanwijzing gedeeltelijk vervallen, omdat deze onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd. Voor de kinderrechter is het, gelet op de door de GI aangehaal, Schriftelijke aanwijzing wordt door kinderrechter gedeeltelijk vervallen verklaardRechtbank Overijssel 5 november 2025; ECLI:NL:RBOVE:2025:6569De kinderrechter verklaart de schriftelijke aanwijzing gedeeltelijk vervallen, omdat deze onvoldoende deugde

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht, Jeugdrecht civiel

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

De kinderrechter verklaart de schriftelijke aanwijzing gedeeltelijk vervallen, omdat deze onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd. Voor de kinderrechter is het, gelet op de door de GI aangehaalde passages uit het NIFP rapport, onduidelijk waarom uitbreiding naar een weekendregeling op dit moment niet in het belang van de minderjarige is. Te meer nu is gebleken dat de omgang positief verloopt. De kinderrechter acht een uitbreiding naar een weekendregeling in het belang van de minderjarige en stelt deze regeling vast.


Uitspraak:

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Almelo

Zaaknummer: C/08/337340 / JE RK 25-1440
Datum uitspraak: 5 november 2025

Beschikking vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing (artikel 1:265f BW)

in de zaak van

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat mr. F. Pool,

over

[kind]
, geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [kind].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat mr. W.G. ten Brummelhuis,

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering

de gecertificeerde instelling,
hierna te noemen de GI,
gevestigd te Amsterdam.

1Het verloop van de procedure

1.1.
Op 18 augustus 2025 is het verzoekschrift met bijlagen ingekomen bij de griffie.

1.2.
Op 26 augustus 2025 zijn er aanvullende stukken van mr. Pool ingekomen bij de griffie.

1.3.
Op 17 september 2025 is een bericht van mr. Pool ingekomen bij de griffie.

1.4.
Op 16 oktober 2025 zijn er aanvullende stukken van de GI inkomen bij de griffie.

1.5.
De kinderrechter heeft [kind] op 21 oktober 2025 naar haar mening gevraagd. [kind] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [kind] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

1.6.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

de moeder, bijgestaan door mr. Pool;

de vader, bijgestaan door mr. Ten Brummelhuis;

- [naam] namens de GI.

2De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind].

2.2.

[kind] verblijft bij [locatie].

2.3.
Bij beschikking van 2 juli 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] in een 24-uurs accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot 15 december 2025.

2.4.
De GI heeft op 4 augustus 2025 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [kind]. Hierin is onder andere het volgende opgenomen:

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering stelt de volgende regeling vast:

[kind] slaapt gedurende de vakantie 2 momenten bij haar moeder. Curess sluit fysiek aan op de momenten dat [kind] bij moeder slaapt (dinsdag op woensdag), zij sluiten aan in de avond 1 uur en komen in de ochtend 1 uur. Dit is om zicht te krijgen op de momenten van het naar bed gaan en gedurende de ochtend. Omgang is tijdens deze momenten 24 uur. Moeder heeft aangegeven dat haar voorkeur heeft dat zij [kind] om 15:00 uur ophaalt van [locatie] en brengt haar de volgende dag 15:00 uur terug.

In het weekend wordt het omgangsmoment uitgebreid en de nieuwe tijd zal zijn 10:00 tot 19:30 uur, in het weekend komt Curess gedurende de omgang 1 uur.

De omgang wanneer enkel bezoek is in de vakantie (dus op de donderdag, in de weken dat [kind] bij vader slaapt) komt Curess gedurende de omgang 1 uur. Deze omgang op donderdag zal van 10:00 tot 19:30 uur zijn. (zie ook planning). Deze afspraken gelden tot de volgende evaluatie die gepland is op 25 augustus 2025, waarna er nieuwe afspraken worden gepland.

Kortom zijn de afspraken als volgt:

Iedere zaterdag (wekelijks) heeft u 9,5 uur omgang met [kind] (vanaf het ophalen tot het terugbrengen bij [locatie]), Curess sluit daar fysiek 1 uur bij aan;

[kind] gaat 2x bij moeder slapen in de zomervakantie, dit is verwerkt in de planning van dinsdag op woensdag. Moeder haalt om 15:00 uur en brengt haar de volgende dag om 15:00 uur terug. Curess sluit op die momenten 1 uur aan bij moeder thuis in de avond en 1 uur in de ochtend, zodat er duidelijk zicht is op het naar bed brengen en in de ochtend tijdens het opstaan/ontbijt;

Moeder haalt [kind] zelf op van de groep en brengt haar terug, Curess vervoert [kind] niet;

Belmomenten: maandag en vrijdagavond (tijd in overleg met [locatie]);

Bezoekmoment op de groep: donderdagavond 1 uur onbegeleid;

[kind] krijgt van beide ouders geen eten meer mee naar de groep ook niet voor de hele groep. Uitzondering is een traktatie op haar verjaardag, of fruit.

2.5.
Op 25 augustus 2025 is de omgang met Curess geëvalueerd. Op 17 september 2025 heeft de GI aan de moeder een brief gestuurd waarin staat, voor zover hier relevant:

De afspraken zijn als volgt:

Op zaterdag (in de oneven weken) heeft u omgang met [kind]. U haalt haar om 17:00 uur in de middag op, zij verblijft bij u tot zondagavond 19:00 uur. [kind] is dan op de groep;

Curess heeft op zaterdag telefonisch contact met moeder over de omgang en het verloop hiervan;

Curess komt op de zondag aan het einde van de middag 1 uur voor observatie;

Moeder haalt [kind] zelf op van de groep;

Moeder brengt [kind] zelf terug naar de groep;

Belmomenten: maandag en vrijdagavond (tijd in overleg met [locatie]);

Bezoek moment op de groep: Donderdagavond 1 uur onbegeleid;

[kind] krijgt van beide ouders geen eten meer mee naar de groep ook niet voor de hele groep. Uitzondering is een traktatie op haar verjaardag, of fruit.

3Het verzoek

3.1.
De moeder verzoekt, na wijziging van het verzoek op de zitting, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de schriftelijke aanwijzingen van de GI van 4 augustus 2025 en van 17 september 2025 geheel, dan wel gedeeltelijk vervallen te verklaren;
II. in het belang van [kind] een nieuwe zorg- en contactregeling vast te stellen, waarbij [kind]:
o de oneven weken gedurende één dag voor de duur van acht uur onbegeleid contact heeft met de moeder;
o de even weken van vrijdag 15:00 uur tot zondag 15:00 uur bij de moeder verblijft.

3.2.
De moeder voert ter onderbouwing van haar verzoek het volgende aan. Volgens de moeder is de schriftelijke aanwijzing niet deugdelijk gemotiveerd en zijn de belangen van de moeder onvoldoende meegenomen in de besluitvorming van de GI. [kind] verblijft bij [locatie]. Ten tijde van het indienen van het verzoekschrift was de zorg- en contactregeling als volgt. [kind] verblijft in de oneven weekenden op de zaterdag van 10:00 uur tot 19:30 uur bij de moeder. Vervolgens is deze omgang geëvalueerd en is op 17 september 2025 aan de moeder kenbaar gemaakt dat de omgang zal plaatsvinden in de oneven weken van zaterdag op zondag van 17:00 uur tot 19:00 uur.

3.3.
Tijdens de zitting heeft de advocaat van de moeder gesteld dat het verzoek mede is gericht op de aanvulling van de GI van 17 september 2025, waardoor deze samen dient te worden gezien met de schriftelijke aanwijzing van 4 augustus 2025. De moeder is van mening dat de huidige zorg- en contactregeling niet in het belang van [kind] is. De wens van de moeder is een regeling, waarbij [kind] structureel om het weekend van vrijdag 15:00 uur tot zondag 15:00 uur bij haar verblijft. Op de groep zit [kind] enkel met twee andere jongens en verveelt zij zich regelmatig. Het is volgens de moeder belangrijk dat [kind] meer thuis kan zijn. Ook zal de moeder graag zien dat er wordt gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden in de vakanties. De zorg- en contactregeling is op dit moment te beperkt terwijl de GI de verplichting heeft om zoveel mogelijk de gezinsband in stand te houden. Het feit dat de GI de regeling baseert op de uitkomsten van het NIFP onderzoek, waarin staat beschreven dat [kind] de moeder makkelijk overschaduwt en cognitief boven de moeder uitsteekt, is volgens de moeder niet voldoende. Voor de moeder was het onduidelijk wat er van haar werd verwacht tijdens het onderzoek, waardoor zij met name uit stress heeft gehandeld. Dit alles heeft volgens de moeder een negatief effect gehad op het gehele onderzoek. Daarbij heeft [kind] aan de moeder kenbaar gemaakt dat zij de wens heeft meer omgang te hebben met haar moeder, zodat op den duur kan worden toegewerkt naar een thuisplaatsing. Ook zijn de omgangsverslagen van Curess, nadat de omgang is uitgebreid met een overnachting, positief en is de begeleiding steeds verder afgebouwd. De GI heeft onvoldoende de belangen van [kind] en de moeder meegenomen bij het besluit, waardoor zij onevenredig in hun belangen worden geschaad.

4Het standpunt van de GI en de vader

4.1.
De GI is van mening dat de zorg- en contactregeling zoals die nu geldt in het belang van [kind] is. Tijdens de zitting heeft de GI kenbaar gemaakt geen bezwaar te hebben om de afspraken van 17 september 2025 mee te nemen in deze procedure en als aanvulling op de schriftelijke aanwijzing van 4 augustus 2025 te zien. Op dit moment verblijft [kind] van zaterdagmiddag 17:00 uur tot zondagavond 19:00 uur bij haar moeder. De regeling is gebaseerd op het NIFP onderzoek, waarin wordt gesteld dat [kind] de moeder gemakkelijk overschaduwt en qua cognitieve mogelijkheden boven haar uitsteekt. De opbouw van het contact dient zorgvuldig afgewogen te worden en stapsgewijs plaats te vinden om het risico op overvraging van de moeder te voorkomen. Door de GI wordt gezien dat nu er stapsgewijs wordt opgebouwd [kind] goed kan meekomen en de opbouwregeling aansluit bij haar ontwikkeling. De GI vindt in dit kader video interactiebegeleiding passend, om de draagkracht en draaglast van de moeder te monitoren. Vanuit daar kan worden gekeken wat helpend is om de uitbreiding vorm te geven, zodat de ontwikkeling van [kind] niet achteruit gaat.

4.2.
De vader staat achter het verzoek van de moeder. Op dit moment zit [kind] met twee andere jongens op de groep. [kind] verveelt zich daar en bovendien wordt er door [locatie] gezegd dat ze op de groep niet veel voor [kind] kunnen betekenen. De vader is van mening dat het in het belang van [kind] is dat zij minder op de groep is en meer thuis kan zijn. Het zou dan ook wenselijk zijn dat [kind] een geheel weekend bij de moeder kan verblijven. Hij ziet daarom het liefst dat op zeer korte termijn een zorg- en contactregeling geldt, waarbij [kind] zowel bij moeder als bij vader een geheel weekend kan verblijven. Tevens zal de vader graag zien dat er wordt gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden in de vakanties.

5De beoordeling

De ontvankelijkheid

5.1.
De kinderrechter kan op verzoek van een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder op grond van artikel 1:264 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. Op grond van het derde lid van voormeld artikel bedraagt de termijn voor het indienen van een verzoek hiertoe twee weken en vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing is verzonden of uitgereikt.

5.2.
De kinderechter constateert dat de moeder het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing van 4 augustus 2025 binnen twee weken na de dag waarop de aanwijzing is verzonden, heeft ingediend. Dit betekent dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek. Tegen de schriftelijk aanwijzing van 17 september 2025 is niet binnen twee weken geageerd. De kinderrechter zal echter de schriftelijke aanwijzing van 17 september 2025 ook in deze procedure betrekken. Dit betreft namelijk een aanvulling van de eerdere schriftelijke aanwijzing; de schriftelijke aanwijzing van 17 september 2025 borduurt voort op de schriftelijke aanwijzing van 4 augustus 2025. Vanwege deze grote mate van samenhang ziet de kinderrechter, alleen al om proceseconomische redenen, voldoende aanknopingspunten om ook deze tweede schriftelijke aanwijzing in de beoordeling mee te meenemen.

De inhoudelijke beoordeling

5.3.
Aan de kinderrechter wordt verzocht de door de GI gegeven schriftelijke aanwijzingen geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren.

5.4.
Als een kind uit huis is geplaatst kan de GI op grond van artikel 1:265f lid 1 BW, voor zover noodzakelijk met het oog op het doel van de uithuisplaatsing en voor de duur van de uithuisplaatsing, de contacten tussen de met het gezag belaste ouder en het kind beperken. Op grond van lid 2 van artikel 1:265f BW geldt deze beslissing van de GI als een schriftelijke aanwijzing en kan de ouder op grond van het van toepassing zijnde artikel 1:264 BW de kinderrechter vragen de beslissing (de schriftelijke aanwijzing) vervallen te verklaren. De kinderrechter kan een zodanige regeling vaststellen als haar in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt. In dit geval is sprake van een kind dat onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst.

5.5.
Vooropgesteld dient te worden dat de GI volgens de wet is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling en dat de kinderrechter slechts een toetsende taak heeft. De schriftelijke aanwijzing van de GI moet worden gezien als een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid Awb. De kinderrechter overweegt dat aan de jeugdbeschermer bij het geven van aanwijzingen in het kader van de uitoefening van de ondertoezichtstelling grote vrijheid toekomt en dat aanwijzingen door de kinderrechter met name worden getoetst op de wijze van totstandkoming, de zorgvuldigheid daarvan, de motivering van de beslissing en de belangenafweging. Daar waar het gaat om aanwijzingen die zien op de omgang van het kind met een van de ouders toetst de kinderrechter in volle omvang of de gegeven aanwijzing in het belang van de minderjarige is.

5.6.
De kinderrechter is gelet op de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken van oordeel dat de schriftelijke aanwijzing van 4 augustus 2025 niet langer actueel is. De schriftelijke aanwijzing is namelijk op 17 september 2025 gewijzigd waardoor de huidige zorg- en contactregeling als volgt is. [kind] is in de even weken van zaterdagochtend 10:00 uur tot zondagmiddag 13:00 uur bij haar vader. In de oneven weken is [kind] van zaterdagmiddag 17:00 uur tot zondagavond 19:00 uur bij haar moeder. Volgens de GI voorziet deze regeling in de behoefte van [kind] om contact met haar beide ouders te onderhouden, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de belangen van [kind] en haar behoefte aan structuur en stabiliteit.

5.7.
De kinderrechter is van oordeel dat de schriftelijke aanwijzing van 17 september 2025 onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd en zal deze schriftelijk aanwijzing gedeeltelijk vervallen verklaren. De kinderrechter legt hierna uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen. In de schriftelijke aanwijzing ontbreekt een motivering. Het is niet duidelijk waarom de contactregeling enkel wordt uitgebreid naar één overnachting (en niet naar een weekendregeling). De GI heeft tijdens de zitting ter onderbouwing verwezen naar situaties van enige tijd geleden (toen de zorgregeling is stopgezet) en naar de inhoud van het NIFP rapport van 6 mei 2025. De kinderrechter merkt op dat zij niet beschikt over het NIFP rapport waarnaar de GI verwijst. Volgens de GI komen de in de schriftelijke aanwijzing van 4 augustus 2025 aangehaalde passages uit het NIFP rapport, hetgeen namens de moeder op de zitting is erkend. De kinderrechter zal dan ook uitgaan van (de juistheid van) deze passages. De kinderrechter constateert dat het NIFP rapport met een ander doel is geschreven. Het rapport is namelijk opgesteld in het kader van de machtiging tot uithuisplaatsing en het perspectief van [kind]. In de door de GI aangehaalde passages uit het NIFP rapport staat vermeld dat een langere tijd dan een weekend vooralsnog een te grote belasting voor de moeder vormt, terwijl de moeder in deze zaak juist uitbreiding naar een weekendregeling vraagt (en dus niet voor een langere tijd dan een weekend). Volgens het NIFP rapport zal een weekendverblijf bij de moeder (bij voldoende externe ondersteuning op afstand) wel mogelijk zijn. Voor de kinderrechter is het, gelet op de door de GI aangehaalde passages uit het NIFP rapport, onduidelijk waarom uitbreiding naar een weekendregeling op dit moment niet in het belang van [kind] is, mede gelet op de positieve omgangsverslagen van Curess die in het geding zijn gebracht. Bovendien is tijdens de zitting gebleken dat de uitbreiding naar de huidige regeling (met een overnachting) volgens Curess ook positief verloopt. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring toewijzen voor zover die ziet op de huidige zorgregeling en houdt de schriftelijke aanwijzing voor het overige in stand.

5.8.
Naar het oordeel van de kinderrechter is de huidige zorgregeling niet in het belang van [kind]. De kinderrechter acht het in het belang van [kind] om de zorgregeling uit te breiden naar een weekendregeling. De kinderrechter licht haar beslissing als volgt toe. [kind] wil het liefst weer bij haar moeder wonen, maar als dat niet kan wil ze haar moeder graag meer zien. Gebleken is dat de omgang tussen de moeder en [kind] goed verloopt. Curess heeft tijdens de omgangsmomenten tussen de moeder en [kind] geen zorgsignalen gesignaleerd. Gebleken is dat de moeder de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. Zij is tijdens de omgangsmomenten voorspelbaar en betrouwbaar richting [kind] en ook wordt door Curess gezien dat er verbetering is in het begrenzen van [kind]. Uit het onderzoek naar de veertien punten van Goed Genoeg Ouderschap blijken twee aandachtspunten voor de moeder, namelijk het geven van zoetigheid gedurende de omgang en het aanhouden van een consequente houding in de opvoeding van [kind]. Volgens de kinderrechter staan die punten echter niet in de weg aan een uitbreiding naar een weekendregeling. De kinderrechter zal dan ook een weekendregeling vaststellen.

5.9.

De moeder heeft verzocht om de weekendregeling in de even weken te laten plaatsvinden, terwijl [kind] op dit moment in de oneven weken van zaterdag tot zondag bij de moeder verblijft. In de even weekenden heeft [kind] omgang met de vader. De moeder heeft niet gesteld waarom de regeling moet veranderen van de oneven weken naar de even weken. De kinderrechter ziet geen aanleiding om dit te wijzigen en zal het verzoek van de moeder hiertoe afwijzen.
Het verzoek van de moeder om tevens vast te stellen dat [kind] in de oneven weken gedurende een dag voor de duur van acht uur onbegeleid omgang heeft met de moeder wordt afgewezen, aangezien [kind] ook nog omgang met de vader heeft en [kind] voldoende tijd met de vader wil en moet kunnen doorbrengen.

5.10.
Op grond van het vorenstaande zal de kinderrechter de door de GI in de schriftelijk aanwijzing van 17 september 2025 genoemde zorg- en contactregeling gedeeltelijk vervallen verklaren, in die zin dat er een weekendregeling zal gelden, waarbij [kind] in de oneven weken van vrijdagmiddag 15:00 tot zondagmiddag 15:00 uur bij de moeder zal verblijven. Voor het overige zal deze schriftelijk aanwijzing in stand blijven. De schriftelijk aanwijzing van 4 augustus 2025 is niet meer actueel en het verzoek om die schriftelijk aanwijzing vervallen te verklaren zal de kinderrechter afwijzen.

5.11.
De kinderrechter realiseert zich dat door deze beslissing een verschillende contactregeling geldt voor de ouders. Het blijft van belang dat er een zodanige verdeling is dat beide ouders voldoende contact hebben met [kind], waarbij [kind] niet in een loyaliteitsconflict raakt. De zorg- en contactregeling tussen de vader en [kind] ligt in deze zaak niet ter beoordeling, maar de kinderrechter gaat er vanuit dat de GI ook naar uitbreidingsmogelijkheden voor omgang tussen [kind] en de vader zal blijven kijken.

5.12.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verklaart de schriftelijke aanwijzing van 17 september 2025 met ingang van heden gedeeltelijk vervallen, namelijk voor zover deze ziet op de regeling over de zaterdag tot zondag in de oneven weken en stelt de volgende zorg- en contactregeling vast tussen de moeder en [kind]:
- in de oneven weken van vrijdagmiddag 15:00 uur tot zondagmiddag 15:00 uur verblijft [kind] bij de moeder;

6.2.
wijst af het meer of anders verzochte;

6.3.
verklaart deze beschikking ten aanzien van 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.B. de Wit, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. J.L.A. Kleine Wiecherink als griffier en op schrift gesteld op 5 november 2025.

Spreker(s)

em. prof. mr. Paul Vlaardingerbroek

raadsheer plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag, Emeritus hoogleraar familie- en jeugdrecht Tilburg University

mr. Ivo Pieters

advocaat Groenendijk en Kloppenburg advocaten