Rechtbank Rotterdam 12 juli 2021

ECLI:NL:RBROT:2021:6822

Datum: 12-07-2021

Onderwerp(en): Overzicht uitspraken: collectieve acties

Rechtsgebiedenregister: Ondernemingsrecht, ICT-recht, Arbeidsrecht

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoekster recht op toekenning van een vergoeding voor immateriële schade nu verweerder door het bewaren en verwerken van de rapporten met persoonlijke gegevens van verzoekster in strijd heeft gehandeld met de AVG en daardoor het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van verzoekster heeft geschonden. Ten aanzien van de hoogte van de vast te stellen schadevergoeding is van belang dat de privacygevoelige persoonsgegevens gedurende een periode van ongeveer tien jaar door verweerder zijn bewaard, ondanks verschillende verzoeken van verzoekster tot vernietiging van de gegevens. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat in die tien jaar de persoonlijke gegevens van verzoekster zijn verwerkt en meerdere personen en/of instanties van de inhoud kennis hebben kunnen nemen zonder dat zij daartoe gerechtigd waren en dat verzoekster op grond daarvan immateriële schade heeft geleden. De schade begroot de rechtbank, met inachtneming van de uitspraak van de Afdeling van 1 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:898), waarin een schadevergoeding is toegekend van € 500,- voor een kortdurende onrechtmatige verwerking van medische gegevens, en de lengte van de periode dat de gegevens onrechtmatig zijn bewaard en verwerkt, op € 2.500,-.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: