Hoge Raad 2 februari 2024 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 december 2023 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21 december 2023 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 december 2023 Hoge Raad 8 december 2023 Bekijk alles
ECLI:NL:RBROT:2020:4204 Rechtbank Rotterdam 17 april 2020

ECLI:NL:RBROT:2020:4204

Datum: 17-04-2020

Onderwerp: Art. 1:95a BW

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Avdr.nl

Ontbinding geregistreerd partnerschap. Wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen. De goederen en schulden van de eenmanszaak vallen in de wettelijke gemeenschap van goederen voor zover deze vanaf de aanvang van de gemeenschap zijn verkregen dan wel ontstaan (art. 1: 94 BW). De verdiensten van de eenmanszaak vanaf de aanvang van het geregistreerd partnerschap zijn tot de baten van de gemeenschap gaan behoren (en grotendeels uitgegeven). Dat de man volgens de vrouw het geld vooral aan zichzelf heeft besteed, maakt dat niet anders. Aan een vergoeding op grond van artikel 1:95a lid 1 BW kan daarom in dit geval niet worden toegekomen

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Frank Hoens

onderzoeker Radboud Universiteit auteur en adviseur te Nijmegen