ACM heeft NS een boete opgelegd omdat NS volgens ACM een economische machtspositie heeft op het Hoofdrailnet (HRN) en NS van die machtspositie misbruik maakte op een andere markt, namelijk de markt van de Limburgse OV-aanbesteding. Dat misbruik bestond volgens ACM uit het indienen van een verlieslatend bod en uit het ernstig hinderen van haar concurrenten in de aanbesteding, Arriva en Veolia.

De boete blijft niet in stand. De rechtbank is van oordeel dat ACM niet overtuigend heeft bewezen dat NS een economische machtspositie heeft op het HRN. De rechtbank is verder van oordeel dat het gedrag van NS in de Limburgse OV-aanbesteding niet onder de reikwijdte van het verbod op misbruik van een economische machtspositie valt, omdat het verband tussen de Limburgse OV-concessie en de positie van NS op het HRN na 2024 te onzeker is. Aan de vraag of het bod van NS in de Limburgse OV-aanbesteding daadwerkelijk verlieslatend was, komt de rechtbank niet toe.

Spreker(s)

mr.-J.M.M.-van-de-Hel-image.jpg
mr. Martijn van de Hel

advocaat Maverick Advocaten N.V.

Bekijk profiel
mr-v2.-J.-Ruigewaard-image.jpg
mr. J. Ruigewaard

advocaat Maverick Advocaten N.V.

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: