Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 februari 2019

ECLI:NL:RBZWB:2019:2275

Datum: 19-02-2019

Onderwerp(en): RB Zeeland West-Brabant 19 -02 -2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2275

Rechtsgebiedenregister: Jeugdrecht civiel

Vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing. Bij eerdere beschikking is bepaald dat vader en de minderjarigen gerechtigd zijn tot contact met elkaar op een nader door de GI te bepalen wijze. Aangezien het geven van de schriftelijke aanwijzing in dit geval het instrument is waarmee de GI een dergelijke vrije bevoegdheid kan invullen, gaat de kinderrechter er van uit dat de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 14 december 2018 niet in de weg staat aan het geven van een schriftelijke aanwijzing in onderhavige situatie. De wijze waarop de GI hiermee om is gegaan maakt echter dat de kinderechter van oordeel is dat van de moeder in alle redelijkheid niet gevergd kon worden dat zij meewerkte aan de bezoekmomenten zoals opgenomen in de schriftelijke aanwijzing. Hierbij weegt de kinderrechter mee dat er vlak voor de aanwijzing het nodige is voorgevallen en dat de GI nadien geen gesprek meer is aangegaan met de moeder en zich heeft teruggetrokken uit de casus.

Spreker(s)

laura-goei-1.jpg
mr. Laura Goei

eigenaar JBX juridisch advies en training

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: