Gerechtshof Den Haag 18 maart 2026 Gerechtshof Amsterdam 17 maart 2026 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026 Rechtbank Noord-Holland 4 maart 2026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 februari 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:RBZWB:2025:1349 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 maart 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:1349

Rechtbank:Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum: 06-03-2025

Onderwerp: Machtiging uithuisplaatsing

Overige onderwerpen: Gerechtshof Amsterdam 23 september 2025; ECLI:NL:GHAMS:2025:2598Dochter D (geb. in 2023) heeft vermoedelijk het Syndroom van Dravet (aangeboren epilepsie). Zij heeft daarnaast een ontwikkelingsachterstand en functioneert op het niveau van een kind van

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht, Jeugdrecht civiel

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Ambtshalve verlenging machtiging tot uithuisplaatsing - de GI heeft het verzoek 5 dagen voor de aflooptermijn van de maatregel bij de rechtbank ingediend - planning van mondelinge behandeling vóór aflooptermijn van de maatregel lukt daardoor niet - de kinderrechter verlengt noodgedwongen ter overbrugging de maatregel ambtshalve voor twee weken - GI had afloopdatum eerder moeten constateren - de kinderrechter verwacht van de GI dat zij haar administratie op orde heeft.


Uitspraak:

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/432577 / JE RK 25-389
Datum uitspraak: 6 maart 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN

JEUGDRECLASSERING, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2011 in [plaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2014 in [plaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 2] ,

[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. J. van Rooijen te Tilburg.

1Het procesverloop

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 februari 2025, ingekomen bij de griffie op 3 maart 2025;
- de telefoonnotitie van het gesprek van de griffier met mr. Van Rooijen van 5 maart 2025.

2De feiten

2.1
Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

2.2
Bij beschikking van 11 september 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld met ingang van 11 september 2023 tot 11 september 2024. Deze maatregel is nadien steeds verlengd.

2.3
Bij beschikking van 28 december 2023 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 28 december 2023 tot 28 april 2024. Deze maatregel is nadien verlengd.

2.4
Laatstelijk, bij beschikking van 9 december 2024 is de van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 11 september 2025. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 9 december 2024 tot 9 maart 2025.

2.5

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij [instelling] te [plaats 3].

3Het verzoek

3.1

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van vier maanden.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4De beoordeling

4.1
Allereerst constateert de kinderrechter dat het verzoek niet tijdig door de GI is ingediend. Het verzoek is bij de griffie van de rechtbank ontvangen op maandag 3 maart 2025, terwijl de maatregel loopt tot zondag 9 maart 2025. Gelet daarop is het de rechtbank niet gelukt om deze zaak vóór de afloopdatum van de maatregel op een mondelinge behandeling te plannen.

4.2
Het bovenstaande maakt dat een ambtshalve verlenging van de maatregel noodzakelijk is, nu de zaak pas op de hierna in het dictum genoemde mondelinge behandeling kan worden gepland en behandeld. De advocaat van de vader is hiervan door de griffie van de rechtbank telefonisch op de hoogte gesteld. Hij verzet zich niet tegen een ambtshalve verlenging. De datum van de mondelinge behandeling is met de advocaat van vader afgestemd.

4.3
Vooralsnog lijkt, gezien de motivering van het verzoek, te zijn voldaan aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , gezien artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in samenhang gelezen met artikel 1:265c lid 2 BW.

4.4
Gelet hierop alsmede gelet op de afloopdatum van de maatregel, zal de kinderrechter deze - noodgedwongen - ter overbrugging ambtshalve verlengen voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 9 maart 2025 tot 23 maart 2025. Het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden tot de hierna in het dictum genoemde mondelinge behandeling.

4.5

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen, gelet op hun leeftijd, worden uitgenodigd om hun mening kenbaar te maken. Zij kunnen, als zij dat willen, met de kinderrechter komen praten. Hiervan hoeven zij geen gebruik te maken.

4.6
De kinderrechter wijst de GI nog op het volgende. Het is aan de GI om de werkprocessen zo te organiseren dat een dergelijk late indiening van het verzoek in de toekomst wordt voorkomen. De afloopdatum van de maatregel had door de GI eerder gesignaleerd moeten worden. De kinderrechter verwacht van de GI dat zij haar administratie op orde heeft.

4.7
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5De beslissing

De kinderrechter:

5.1
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 9 maart 2025 tot 23 maart 2025;

5.2
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3

houdt de behandeling van deze zaak voor het overige aan en roept de GI, de moeder, de vader en zijn advocaat op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van

[datum] 2025 om [tijd] uur, bij de kinderrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant (mr. Tempel), locatie Breda, Stationslaan 10, 4815 GW, om op het verzoek te worden gehoord;

5.4
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als een oproeping voor deze mondelinge behandeling voor de GI, de moeder en de vader en zijn advocaat;

5.5
gelast de griffier om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te roepen voor een kindgesprek op een dag gelegen voor de mondelinge behandeling;

5.6
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2025 door mr. Van Triest, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Vos, als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Spreker(s)

em. prof. mr. Paul Vlaardingerbroek

raadsheer plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag, Emeritus hoogleraar familie- en jeugdrecht Tilburg University