ECLI:NL:HR:2020:1345
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 01-09-2020
Onderwerp: Voorlopige hechtenis
Overige onderwerpen: Hoge Raad 1 september 2020, Hoge Raad 1 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1345 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek i.v.m. niet verschijnen van moeder van verdachte ttz . in h.b . Art. 496a Sv. HR: art. 81.1 RO. 2. Horen van reclasseringsmedewerker op moment dat deze nog niet is beëdig
Rechtsgebiedenregister: Strafrecht, Jeugdrecht strafrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Jeugdzaak. Diefstal d.m.v. valse sleutel (art. 311.1.5 Sr), schuldheling (art. 417bis.1.a Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek i.v.m. niet verschijnen van moeder van verdachte ttz. in h.b. Art. 496a Sv. 2. Horen van reclasseringsmedewerker op moment dat deze nog niet is beëdigd als deskundige of getuige. 3. Oplegging bijzondere voorwaarde dat minderjarige verdachte onderwijs moet volgen volgens rooster gedurende gehele proeftijd, terwijl verdachte binnen die proeftijd niet meer leerplichtig is. HR: art. 81.1 RO.
Uitspraak:
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/03498 J
Datum 1 september 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2019, nummer 23/001382-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2020.