Cassatie in het belang der wet. Redelijke termijn in jeugdzaken. 1. Rechtgevolgen overschrijding redelijke termijn in zaken waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast. 2. Redelijkheid van de termijn van 16 mnd. waarbinnen een zaak tegen een jeugdige in beginsel moet worden afgedaan. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2003:AL9062, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, ECLI:NL:HR:2010:BL3228 en ECLI:NL:HR:BP5361. De HR ziet op dit moment geen aanleiding tot aanpassing van zijn rechtspraak m.b.t. de rechtsgevolgen van overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM in zaken waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast. Ad 2. De door de HR gehanteerde vuistregel dat in gevallen waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, de zaak – zowel in e.a. als in h.b. – binnen 16 mnd. dient te zijn afgedaan beoogt recht te doen aan het belang dat gemoeid is met de voortvarende afdoening van de zaak als aan het belang dat is gelegen in de waarborging van de kwaliteit van het strafproces. Deze vuistregel laat geheel onverlet dat een zo mogelijk voortvarender afdoening onmiskenbaar gewenst is.

Spreker(s)

Ad-van-der-Linde.jpg
mr. Ad van der Linden

oud-(kinder)rechter, medewerker Universiteit Utrecht, voorzitter Beroepscollege Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) en van de Regionale Klachtencommissie Jeugd Eemland

Bekijk profiel
mr-Ad-Machielsen-doek.jpg
mr. Ad Machielse

oud advocaat generaal Hoge Raad, emeritus hoogleraar Radboud Universiteit Nijmegen

Bekijk profiel
Paul-Vlaardingerbroek.jpg
prof. mr. Paul Vlaardingerbroek

raadsheer plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag, Emeritus hoogleraar familie- en jeugdrecht Tilburg University

Bekijk profiel
mr-Chris-Scheele-doek.jpg
mr. Chris Scheele

raadsheer Gerechtshof 's Hertogenbosch

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: