De nieuwe Wet seksuele misdrijven: noodzakelijke strafrechtelijke bescherming of een brug te ver?

Op dit moment zijn bepaalde seksuele misdrijven strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. Echter, door diverse maatschappelijke, technologische en juridische ontwikkelingen is de huidige wetgeving op het gebied van zedendelicten verouderd. Bepaalde vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn onder de huidige wetgeving nog niet strafbaar, terwijl dit uit maatschappelijk oogpunt wel wenselijk zou zijn. Om de strafwetgeving weer bij de tijd te brengen, treedt op 1 juli 2024 de nieuwe Wet seksuele misdrijven in werking.

 

Wat wordt strafbaar?

Met de nieuwe Wet seksuele misdrijven worden nieuwe gedragingen strafbaar gesteld. Zo wordt er in de toekomst onderscheid gemaakt tussen schuld en opzet bij verkrachting en aanranding en wordt seksuele intimidatie in het openbaar en het seksueel benaderen van kinderen strafbaar. In het navolgende wordt hier verder op ingegaan.


Vormen van aanranding en verkrachting

 

Onder de huidige wetgeving moet sprake zijn van een bepaalde mate van dwang, zoals geweld of bedreiging, voordat iemand strafbaar is voor aanranding of verkrachting. Vanaf 1 juli is dat niet meer het geval en zal de strafrechtelijke bescherming tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag worden verruimd. De huidige delicten aanranding en verkrachting worden vervangen door vier nieuwe delicten met zes verschillende kwalificaties: schuldaanranding, opzetaanranding, gekwalificeerde opzetaanranding, schuldverkrachting, opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetverkrachting. Bij de schulddelicten is iemand strafbaar als seksuele handelingen worden verricht terwijl iemand ernstige reden heeft om te vermoeden dat de ander niet instemt. De dader gaat er dan ten onrechte van uit dat de ander seksueel contact wenst, terwijl er aanwijzingen waren waaruit de dader had kunnen afleiden dat dit niet zo was. Bij de opzetdelicten ontstaat strafbaarheid als diegene seksuele handelingen verricht in de wetenschap dat de ander niet instemt. Bij gekwalificeerde opzetaanranding en -verkrachting gebruikt de dader dwang bij het ongewilde seksuele contact. Dit is een strafverzwarende omstandigheid bij de opzetdelicten. Met deze nieuwe strafbepalingen wordt in de wet uitdrukking gegeven aan de sociale norm dat seksuele handelingen vrijwillig en gelijkwaardig moeten zijn en gebaseerd dienen te zijn op wederzijdse instemming.

Seksuele intimidatie

 

De nieuwe wet introduceert een strafbaarstelling van seksuele intimidatie in de vorm van een overtreding. De aanleiding hiervoor is de groeiende maatschappelijke afkeuring van lichtere vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en het huidige gebrek aan strafrechtelijke mogelijkheden om hiertegen op te treden.
De nieuwe wet bestraft zowel verbaal als fysiek seksueel intimiderend gedrag in zowel de fysieke als online openbare ruimte. De kern van de strafbaarstelling is dat iemand een ander in een publieke omgeving als seksueel object benadert, wat leidt tot overlast, onveiligheidsgevoelens of belemmering in het openbare leven. De strafbepaling richt zich dus op het bestrijden van opdringerige seksuele benaderingen in het openbaar die een intimiderend effect hebben op anderen. Respectvol contact leggen valt hier niet onder. Door deze gedragingen strafbaar te stellen, wordt duidelijk gemaakt dat seksuele intimidatie in het openbaar ontoelaatbaar is. De wettelijke strafbedreiging wordt een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.

Seksuele benadering van kinderen

 

De nieuwe wet introduceert tevens een nieuw delict om kinderen beter te beschermen tegen schadelijk seksueel gedrag, zowel online als offline. De nieuwe strafbaarstelling omvat de bestaande delicten grooming en seksueel corrumperen. Als nieuwe delictsvorm wordt toegevoegd het indringend mondeling of schriftelijk communiceren met kinderen onder de zestien jaar op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen. Dit wordt ook wel
sexchatting genoemd. Tevens wordt dit gedrag verboden bij kinderen van zestien en zeventien jaar die in een kwetsbare positie zitten. Bij sexchatting hoeft geen sprake te zijn van het doen van een voorstel tot een ontmoeting voor seksuele doeleinden. Dit gedrag wordt strafbaar gesteld, omdat het seksueel benaderen van kinderen schadelijk is voor hun seksuele ontwikkeling en de drempel kan verlagen voor seksueel misbruik. Het nieuwe delict krijgt een wettelijk strafmaximum van twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van
de vierde categorie.

Gevolgen


De nieuwe wet gaat gepaard met een aantal ingrijpende gevolgen. Zo gaan allereerst de strafmaxima fors omhoog. De hoogte van de maximale straf is afhankelijk gesteld van de ernst van het begane seksuele misdrijf in combinatie met de leeftijd van het slachtoffer. Hoe erger het delict en des te jonger het slachtoffer is, hoe hoger de maximale straf zal luiden. Daar waar nu verkrachting van een kind onder de leeftijd van 12 jaar een maximale
gevangenisstraf van 12 jaar oplevert onder artikel 244 Sr, wordt onder de nieuwe Wet seksuele misdrijven gekwalificeerde (opzet) verkrachting van een kind onder de 12 jaar gestraft met een maximale gevangenisstraf van 18 jaar. Een verhoging van maar liefst 6 jaar.


Alhoewel onder de nieuwe wet geen bewijs meer nodig is voor dwang en in meer situaties aangifte gedaan kan worden van verkrachting en aanranding, blijft het ook onder de nieuwe wet lastig om deze seksuele misdrijven te kunnen bewijzen. Aangezien er bij deze intieme situaties vaak geen getuigen zijn en het een kwestie wordt van het woord van de een tegen de ander, zal er sprake moeten zijn van steunbewijs om tot een bewezenverklaring te komen en dus om een veroordeling uit te kunnen spreken. Dit steunbewijs kan dan volstaan met camerabeelden, tekstberichten of spermasporen in of op het lichaam of de kleren


Door de verruiming in de delicten beoogt de nieuwe wet slachtoffers beter te beschermen. De term ‘bescherming’ verdient echter enige nuance. Bescherming veronderstelt dat de wet ervoor gaat zorgen dat de seksuele misdrijven voorkomen zullen worden. Dat is echter een verkeerde veronderstelling. Van Schoonderwoerd den Bezemer-Wolters, landelijk officier huiselijk geweld en zeden, stelt dan ook dat: ‘’Het strafrecht pas aan de orde is op het moment dat het al is misgegaan. Wel reflecteert de wet de norm die er in de maatschappij is of zou moeten leven.’’ Aangezien het kernbegrip ‘dwang’ gaat verschuiven naar ‘consent’, wordt een grotere groep kwetsbare slachtoffers in die zin beter ‘beschermt’, nu slachtoffers in veel gevallen onder invloed zijn. Onder de huidige wetgeving lopen hun zaken vaak spaak, doordat zij niet meer kunnen navertellen hoe zij precies gedwongen zijn. Onder de nieuwe wetgeving zullen zij door het kernbegrip ‘consent’ beter beschermd worden, aangezien
iemand onder invloed eigenlijk geen consent kan geven.


Daarnaast worden ook de zogenoemde ‘freeze’ en ‘fawn’ reacties beter beschermd, waarbij het slachtoffer onder een freeze-reactie verstijft en bij een fawn-reactie meewerkt om erger te voorkomen. Onder de huidige wetgeving is ‘verzet’ belangrijk, maar onder de nieuwe wetgeving zijn deze momenten dé aangelegen kans om na te gaan of de bedpartner wel instemt met de seksuele handelingen.

Discussie


Of er onder de nieuwe wetgeving sprake gaat zijn van een strafbaar feit wordt dus mede afhankelijk gesteld van de omstandigheden van het geval. Naast concreet bewijs, dat vaak afwezig is in zedenzaken, gaan derhalve ook steunbewijs, concrete verbale communicatie en de uiterlijke waarneembare feiten en omstandigheden een cruciale rol spelen. Ondanks dat de nieuwe wet een helder en vooruitstrevend doel voor ogen heeft, wordt ook een grijs
gebied betreden met deze veranderingen. Uit verschillende hoeken klinkt het standpunt dat deze nieuwe wet het ongewenste gevolg met zich kan meebrengen dat te snel wordt aangenomen dat er duidelijke signalen waren waaruit de dader, die geen slechte intenties had, had kunnen afleiden dat het slachtoffer niet instemde. De wetgever is stellig in het feit dat niet elk verrichten van seksuele handelingen zonder expliciete, vooraf gevraagde
goedkeuring strafbaar wordt en dat ook zeker niet iedere onbeantwoorde flirt, onhandige date of spijt-achteraf-situatie strafbaar wordt. Van belang gaat zijn dat iemand een verwijt van zijn handelen of nalaten kan worden gemaakt. Daarbij is vereist dat op het moment dat de seksuele handelingen plaatsvinden de wil daartoe bij de ander ontbreekt. Er wordt op dat moment verwacht dat sprake kan zijn van een opzettelijk (opzet varianten) of onachtzaam handelen (schuldvarianten), indien er voor ieder weldenkend mens duidelijk waarneembare
signalen zijn dat de wil tot de seksuele handelingen ontbreekt en de verdachte het seksuele contact toch voortzet 

Op papier lijkt deze nieuwe wet veelbelovend, maar de praktijk moet het nog bewijzen. 

Geraadpleegde bronnen:

  • Kamerstukken II, 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 15.
  • Kamerstukken II, 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 16.
  • Kamerstukken II, 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 26.
  • Artikel 429ter Wetboek van Strafrecht.
  • Kamerstukken II, 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 25.
  • Artikel 251 Wetboek van Strafrecht.
  • ‘Wil je het echt’, magazines.openbaarministerie.nl
  • Kamerstukken II, 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 16.