Grenzen en instemming: de zedenwet onder de loep

Milou Heuijerjans | juridisch medewerker Stichting Vrouwenrechtswinkel Maastricht, Naomi de Zeeuw | juridisch medewerker Stichting Vrouwenrechtswinkel Maastricht, student Maastricht University

Grenzen en instemming: de zedenwet onder de loep

Inleiding

“Seks hoort altijd vrijwillig en gelijkwaardig te zijn” was het idee achter de invoering van de nieuwe Wet aanpak seksuele misdrijven op 1 juli 2024.[1] De kern van de Wet is dat seksueel contact alleen aanvaardbaar is wanneer dit berust op daadwerkelijke instemming van alle betrokkenen, ook als er geen sprake is van dwang, geweld of bedreiging.[2] Waar de oude zedenwetgeving vooral gericht was op het aantonen van dwang, staat nu de bescherming van seksuele autonomie centraal.[3] Deze verandering is het resultaat van jarenlange maatschappelijke discussie, wetenschappelijk onderzoek en internationale kritiek, vanuit bijvoorbeeld het Verdrag van Istanbul.[4] Dankzij deze Wet kunnen slachtoffers in meer gevallen aangifte doen van verkrachting en aanranding, en bestaat er een hogere maximale straf voor seksueel misbruik. Ook seksuele intimidatie in het openbaar en sexchatting is sinds de invoering van deze wet strafbaar.[5]


Waarom was een nieuwe zedenwet nodig?

De afgelopen jaren is het bewustzijn gegroeid dat seksueel grensoverschrijdend gedrag zich in de praktijk vaak voordoet zonder fysiek verzet. Slachtoffers bevriezen, werken mee uit angst of voelen zich niet in staat om grenzen te stellen. De oude zedenwetgeving bood in zulke situaties onvoldoende bescherming, omdat strafbaarheid vooral was gekoppeld aan het gebruik van geweld of dwang. In de praktijk betekende dit dat slachtoffers vaak moesten aantonen dat zij zich actief hadden verzet, terwijl het ontbreken van vrijwillige instemming op zichzelf onvoldoende was om tot strafbaarheid te komen. Hierdoor sloot het strafrecht steeds minder aan bij de veranderde maatschappelijke opvatting dat seksueel contact alleen acceptabel is wanneer dit berust op vrijwilligheid en gelijkwaardigheid.[6]

Daarbij kwam dat de bestaande wetgeving onvoldoende was toegerust op nieuwe vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, met name in de online context. Door digitalisering zijn gedragingen als seksuele intimidatie via sociale media en het seksueel benaderen van kinderen via chat sterk toegenomen. Vooral kinderen lopen hierbij een verhoogd risico om slachtoffer te worden. Er werd onvoldoende rekening gehouden met deze ontwikkelingen door de bestaande wetgeving, waardoor een modernisering van het strafrecht aan de orde was.[7] De Wet seksuele misdrijven heeft meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar gesteld, zowel offline als online.


Aanranding en verkrachting

De nieuwe Wet maakt bij aanranding en verkrachting een duidelijk onderscheid tussen opzet en schuld. In beide gevallen heeft er seksueel contact plaatsgevonden terwijl iemand dat niet wilde, en er waren duidelijke signalen dat de ander dit niet wilde dat de dader heeft opgemerkt of had moeten opmerken.[8] Het verschil tussen opzet en schuld zit in de houding van de dader. Bij schuld gaat de dader er onterecht vanuit dat de ander seksueel contact wil, terwijl er signalen waren waaruit dit het tegenovergestelde bleek.[9] Bij opzet weet de dader dat de ander geen seksueel contact wil, of is hij zich bewust van die mogelijkheid en gaat toch door.

Er bestaan verschillende strafbare feiten voor aanranding en verkrachting, afhankelijk van deze categoriën: schuldaanranding, opzetaanranding, gekwalificeerde opzetaanranding, schuldverkrachting, opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetverkrachting. Bij gekwalificeerde opzetaanranding en opzetverkrachting is er sprake van dwang of geweld, en dit wordt dan ook zwaarder bestraft. Dwang kan fysiek zijn (bijvoorbeeld vasthouden of vastgrijpen), maar kan ook bestaan uit bedreiging of andere middelen waarmee het slachtoffer wordt beperkt in zijn of haar vrijheid om nee te zeggen.[10] Duidelijke signalen dat iemand geen instemming verleent kunnen expliciet verbaal of fysiek afhoudend gedrag zijn, maar ook non-verbaal of passief, zoals het bevriezen van het lichaam uit angst. 


Bewijsrecht Wet Seksuele Misdrijven

Met de inwerkingtreding van de Wet Seksuele Misdrijven is het niet langer vereist dat ‘dwang’ wordt bewezen bij verkrachting en aanranding.[11] In plaats daarvan kan er nu ook worden volstaan met het feit dat iemand gezien de omstandigheden een ernstige reden heeft om te vermoeden dat de wil bij de ander ontbrak.[12] Indien de seksuele handelingen desondanks zijn voortgezet kan sprake zijn van schuldverkrachting of schuldaanranding. In dat geval moet bewuste dan wel onbewuste schuld worden bewezen.[13] Hiermee introduceert de nieuwe wet zowel een opzetvariant als een culpoze variant van aanrandings- en verkrachtingsdelicten.[14] Van opzet is sprake wanneer seksuele handelingen worden verricht in de wetenschap dat de wil van de ander hiertoe ontbreekt.[15] Hierbij moet ‘vol’ opzet of voorwaardelijke opzet bewezen worden. De bewijsdrempel ligt dan ook een stuk hoger. Er moet namelijk bewijs worden geleverd voor dwang en de kenbaarheidseis die hiermee samengaat.[16] Het gebruik van geweld, dwang of bedreiging hoeft door de rechter niet langer te worden betrokken bij de vaststelling van strafrechtelijke aansprakelijkheid. Echter, deze factoren gelden wel als strafverzwarende omstandigheden.[17] Door de komst van de nieuwe culpoze variant is er door middel van de wet een vangnet gecreëerd in het geval dat ‘opzet’ niet bewezen kan worden, maar waarin de verdachte gelet op de omstandigheden had moeten begrijpen dat de ander niet instemde.[18]


Belang slachtoffer Wet Seksuele Misdrijven

De nieuwe wet verbetert de strafrechtelijke bescherming van slachtoffers van seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag.[19] Bij 70% van de verkrachtingen verstijft het slachtoffer. Hierdoor is het extra moeilijk om aan te tonen of er daadwerkelijk sprake was van dwang. Nu wordt er juist gekeken of er voldoende aanwijzingen zijn voor een ontbrekende wil van het slachtoffer.[20] Hiermee krijgen slachtoffers sinds 1 juli 2024 de kans om aangifte te doen wanneer er sprake is geweest van onvrijwillig seksueel contact, óók als hierbij geen sprake was van dwang. Hiermee benadrukt de wet dat consent de kernwaarde is voor seksueel contact. De nieuwe wet stelt hierbij duidelijke grenzen aan wat binnen de normen en waarden van de samenleving wordt gezien als ‘te ver’.[21]

Volgens de cijfers van de politie lijkt de nieuwe wet zijn vruchten af te werpen met een stijging van 17% in het tweede halfjaar van 2024 ten opzichte van het eerste halfjaar. Volgens de politie lijkt het er op dat slachtoffers sneller de stap durven te nemen om aangifte te doen bij de politie. Hiermee krijgen de slachtoffers meer erkenning voor hetgeen hen is aangedaan en mogelijk verdere hulp bij het verwerken hiervan.[22]


Conclusie

Met de komst van de Wet Seksuele Misdrijven staat niet langer ‘dwang’ maar vrijwillige instemming centraal binnen het kader van seksueel geweld. Door de schuldvarianten van verkrachting en aanranding toe te voegen aan de nieuwe wet, sluit deze beter aan bij situaties waarin slachtoffers geen verzet kunnen bieden maar wel duidelijk geen seks wilden. Daarnaast biedt de wet meer bescherming tegen nieuwe, met name online, vormen van seksueel misbruik. Sinds de inwerkingtreding van de wet is er een stijging in het aantal aangiften. Hieruit blijkt dat slachtoffers zich meer gehoord en erkend voelen en eerder de stap durven te zetten om aangifte te doen. Tegelijkertijd maakt deze toename duidelijk dat er verdere inzet tegen seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag nodig is om dit gedrag structureel terug te dringen. Juridische vooruitgang is essentieel, maar echte vooruitgang ontstaat pas wanneer seksueel consent voor iedereen de norm is.

 Heb jij hulp nodig?

Het Centrum Seksueel Geweld helpt jou op professionele wijze en anoniem bij seksueel misbruik. Bel gratis 0800 - 0188.

 

[1] “Nieuwe wet aanpak seksuele misdrijven gaat in per 1 juli 2024”, rijksoverheid.nl.

[2] Kamerstukken II 2022/23, 36 222, nr. 3, par. 2.2.

[3] Kamerstukken II 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 327.

[4] “Lets talk about yes”, amnesty.nl.

[5] “Nieuwe wet aanpak seksuele misdrijven gaat in per 1 juli 2024”, rijksoverheid.nl.

[6] Buysse, Piepers & Petersen 2025, par. 2.3.1. (Wet seksuele misdrijven: voorbereiding evaluatie en nulmeting, repository.WODC.nl)

[7] Kamerstukken II 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 4.

[8] “Nieuwe Wet seksuele misdrijven”, rijksoverheid.nl.

[9] “Wat betekent schuldaanranding of schuldverkrachting?”, schadefonds.nl

[10] Kamerstukken II 2022/23, 36 222, nr. 3, par. 2.5.

[11] Weijers, NJB 2024/1480, afl. 24, p. 1858.

[12] Lestrade & Nab, NJB 2024/2123, afl. 32 p. 2554.

[13] Lestrade & Nab, NJB 2024/2123, afl. 32 p. 2554.

[14] Lestrade & Nab, NJB 2024/2123, afl. 32 p. 2553.

[15] Kool, NJB 2025/412, afl. 8, p. 552.

[16] Kool, NJB 2025/412, afl. 8, p. 552.

[17] Lestrade & Nab, NJB 2024/2123, afl. 32 p. 2553.

[18] Lestrade & Nab, NJB 2024/2123, afl. 32 p. 2554.

[19] ‘Waarom is er een nieuwe wet gekomen? ‘,om.nl.

[20] ‘De nieuwe Wet Seksuele Misdrijven: wat bekent dit voor slachtoffers’, fondsslachtofferhulp.nl.

[21] ‘Q&A’s over de Wet Seksuele Misdrijven’, rijksoverheid.nl.

[22] ‘Meer meldingen en aangiften van seksuele misdrijven’, politie.nl.

Rechtsgebied(en)

Home Live On Demand Mijlpaalarresten Podcasts Blogs Zoeken