Beau Hendriks
juridisch medewerker Stichting Vrouwenrechtswinkel Maastricht, student Maastricht University
In het Nederlandse strafproces speelt het slachtoffer een steeds belangrijkere rol. Waar het slachtoffer vroeger voornamelijk een stille toeschouwer was, is er in de afgelopen jaren meer ruimte voor erkenning, inspraak en betrokkenheid van het slachtoffer. Een belangrijke verandering is het spreekrecht, hiermee krijgen slachtoffers of nabestaanden van slachtoffers de mogelijkheid om tijdens de strafzitting hun stem te laten horen. Zij kunnen tijdens het spreken vertellen wat er met hen is gebeurd, welke gevolgen dit heeft gehad en, sinds latere uitbreidingen, zelfs hun mening geven over de straf die zij passend vinden voor de verdachte.
Tot 1990 had het slachtoffer een minder aanwezige rol binnen het strafrecht, zo hadden zij bijvoorbeeld geen spreekrecht. De aandacht lag volledig bij de dader en de strafrechtelijke procedure. De Commissie Terwee bracht hier verandering in, deze commissie onderzocht hoe slachtoffers beter beschermd konden worden en meer rechten konden krijgen binnen
het strafproces. Dit resulteerde in een rapport en een wetsvoorstel dat de basis vormde voor Wet Terwee. Met deze wet kreeg het slachtoffer voor het eerst een duidelijke rol in het strafproces. Deze wet introduceerde een uitbreiding van de mogelijkheid om als benadeelde partij een civiele vordering in te dienen, de mogelijkheid voor de rechter om als bijzondere
voorwaarde te bepalen dat een dader geld moet storten in het Schadefonds Geweldsmisdrijven en een verbetering van de Wet voorlopige regeling Schadefonds Geweldsmisdrijven. Deze veranderingen zijn vastgelegd in de artikelen 51a tot en met 51h en 332 tot en met 335 van het Wetboek van Strafvordering.
De volgende verandering voor slachtoffers kwam op 1 januari 2005, toen werd het spreekrecht officieel ingevoerd. Vanaf dat moment mochten slachtoffers en nabestaanden van het slachtoffer, bij delicten waar een gevangenisstraf van acht jaar of meer op is gesteld of bij specifiek genoemde delicten, tijdens de strafzitting een verklaring afleggen over de gevolgen van het misdrijf. Het spreekrecht werd daarmee een van de belangrijkste rechten van slachtoffers. Later in 2011 werd het spreekrecht vastgelegd in artikel 51e in het Wetboek van Strafvordering. Met de Wet uitbreiding spreekrecht in 2012 werd het spreekrecht nog verder uitgebreid, zo werd het spreekrecht voor nabestaanden uitgebreid naar maximaal drie personen, kregen ouders of verzorgers van minderjarige slachtoffers die te jong zijn spreekrecht en mochten slachtoffers die niet in staat waren om zelf te spreken een woordvoerder aanwijzen die namens hen mocht spreken[1] .
In eerste instantie mochten slachtoffers alleen spreken over de gevolgen van het misdrijf, maar uit evaluaties bleek dat slachtoffers deze beperking te streng vonden en de behoefte hadden om hun mening te geven over feiten van de zaak en de strafmaat. Dit leidde tot discussies over het zogenoemde adviesrecht, waarmee slachtoffers of nabestaanden de rechter een formeel advies mochten geven gebaseerd op de vragen van artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering. Een belangrijk onderdeel van dat voorstel was de motiveringsplicht van de rechter, dat hield in dat als de rechter in zijn vonnis zou afwijken
van standpunten die het slachtoffer of een nabestaanden naar voren had gebracht, hij in het vonnis moest motiveren waarom hij afweek van het advies van het slachtoffer. Na adviezen van verschillende instanties bleek er toch veel bezwaar tegen dit voorstel te bestaan, daarom werd er besloten om te kiezen voor een onbeperkt spreekrecht. Hierdoor mochten
slachtoffers niet alleen spreken over de gevolgen van het misdrijf, maar ook over andere aspecten van de zaak.
[2] Spreekrecht vanaf 2016
Uit onderzoek bleek dat slachtoffers behoefte hadden aan een uitbreiding van het eerdere beperkte spreekrecht. Slachtoffers gaven aan dat ze tevredener zouden zijn geweest, wanneer zij zich hadden kunnen uitlaten over de hoogte van de straf en de toedracht of het verloop van het misdrijf. Op die manier zouden zij meer invloed hebben op de uitkomst van de zaak. Slachtoffers gaven aan door het beperkte spreekrecht te hebben afgezien van het gebruik van hun spreekrecht[3] .
Slachtoffers en nabestaanden hebben vanaf 2016 een onbeperkt spreekrecht in de rechtszaal. Met de wetswijziging van 1 juli 2016 is het eerdere beperkte spreekrecht van slachtoffers van ernstige misdrijven en nabestaanden uitgebreid. Dit onbeperkte spreekrecht maakt het mogelijk voor slachtoffers en nabestaanden onder andere te spreken over de mogelijke bewezenverklaring, het strafbare feit, de schuld van de verdachte(n) en de straf tijdens de zitting. De positie van het slachtoffer tijdens het strafproces wordt op deze manier versterkt. Keerpunt aan de uitbreiding kwam onder andere ter discussie bij de Memorie van Toelichting. Er ontstaat een angst voor secundaire victimisatie, de verergering van het leed
of de schade van het slachtoffer door het strafproces[4] .
Spreekrecht vanaf 2024
Op 1 juli 2024 heeft opnieuw een uitbreiding van de slachtofferrechten plaatsgevonden. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat verdachten van ernstige misdrijven, die in voorlopige hechtenis zitten, verplicht aanwezig moeten zijn bij de inhoudelijke behandeling en uitspraak van hun zaak. Deze verplichting heeft tot doel om de waarheidsvinding tijdens rechtszaken te verbeteren. Door de aanwezigheid van de verdachte hebben rechters en officieren van justitie de kans om een verdachte beter te ondervragen. Daarnaast biedt dit de mogelijkheid voor het slachtoffer om hun spreekrecht uit te oefenen, waarbij de verdachte direct hoort wat voor impact het misdrijf heeft gehad[5] .
Is het spreekrecht effectief?
Sinds de uitbreiding van het spreekrecht hebben al veel slachtoffers hier gebruik van gemaakt. En dat heeft een reden. Slachtoffers vinden het heel fijn om hun kant van het verhaal te kunnen delen en krijgen ook het gevoel dat zij hierdoor meer worden erkend en serieuzer worden genomen. Dit was voor hen belangrijker dan de vraag of hun verklaring ook een invloed zou hebben op de straftoemeting. De dader zou door de verklaring van het slachtoffer ook meer inzicht hebben gekregen in het feit dat hij heeft begaan en het leed dat hij hierdoor heeft veroorzaakt. Een vrees die altijd optreedt bij het spreekrecht van slachtoffers, is het gevaar voor secundaire victimisatie, oftewel hernieuwd slachtofferschap. Dit betekent dat, door de te spreken tijdens de terechtzitting, de slachtoffers het gepleegde feit opnieuw beleven en weer door al die geleden pijn en verdriet moeten gaan. Uit een WODC-rapport blijkt dat deze vrees onterecht is.[6] De slachtoffers worden immers goed voorbereid op het uitoefenen van hun spreekrecht. Door dit voorbereiden krijgen de slachtoffers de kans om ‘alles op een rijtje te zetten’ en worden zij alvast voorbereid (door bijvoorbeeld Slachtofferhulp Nederland) op eventuele negatieve gevolgen of een negatieve houding van de dader. Deze negatieve aspecten zien niet direct op de uitbreiding van het spreekrecht, aangezien zij ook kunnen optreden bij een beperkt spreekrecht of wanneer de slachtoffers slechts aanwezig zijn op de terechtzitting zonder dat zij spreken. Ook dan kunnen zij immers een mogelijk negatieve houding en verklaring van de verdachte waarnemen. De professionals, denk aan de rechters, Officieren van Justitie en advocaten, zijn ook overwegend positief over de uitbreiding van het spreekrecht, al hangt dit af van de zaak. Rechters vinden het soms moeilijk om een evenwicht te vinden tussen het slachtoffer zijn verhaal laten doen en soms toch zelf de regie in handen te nemen om de terechtzitting vlot te laten verlopen. Een slachtoffer kan immers de noodzaak voelen om heel uitgebreid zijn verhaal te doen of veel foto’s te laten zien. Daar kruipt natuurlijk veel tijd in, wat niet altijd wenselijk is tijdens een terechtzitting. Daarnaast zijn zij van mening dat er kaders dienen te komen. Zo is het bijvoorbeeld niet gepast wanneer een slachtoffer de dader gaat uitschelden of bedreigen.[7] De slachtoffers die reeds gebruik hebben gemaakt van het spreekrecht, zouden het sterk aanraden aan een ander slachtoffer in een soortgelijke situatie. Dat geeft toch wel een indicatie dat de uitbreiding van het spreekrecht effectief is, in ieder geval voor de slachtoffers. Voor de professionals is het ook effectief, mits er een goede omkadering komt[8] .
Conclusie
Binnen het spreekrecht voor slachtoffers tijdens de terechtzitting zijn de afgelopen jaren verschillende wijzigingen doorgevoerd en uitbreidingen aangebracht, waarvan de belangrijkste toch wel in 2016. Vanaf dat moment konden slachtoffers zich immers tijdens het onderzoek ter terechtzitting uitlaten over alle aspecten van de zaak, waaronder
bijvoorbeeld de schuld van de verdachte of de strafmaat, en niet meer enkel over de gevolgen van het gepleegde delict.
[9] Deze uitbreiding helpt de slachtoffers om hun moeilijke ervaring beter te verwerken en zorgt ervoor dat zij zich gehoord voelen. [10]Professionals, zoals rechters en Officieren van Justitie, zijn ook voorstander van de uitbreiding, maar enkel indien er kaders worden gemaakt zodat het proces niet onnodig lang zal duren en er geen ongepaste zaken worden gedeeld door het slachtoffer.[11]Kortom, de uitbreiding van het spreekrecht is een goede zaak voor zowel de slachtoffers als voor de professionals, mits er enkele grenzen worden gesteld met het oog op het behouden van de goede procesorde.
[1] ‘Positie van het slachtoffer door de jaren heen’, drnicomuller.nl.
[2] S.M. van Beek, ‘De bezwaren tegen het onbeperkte spreekrecht: terecht of onterecht?’, TPWS 2017/4, afl. 20.
[3] Kragting, M., Augusteijn, F., Elbers, N., De Waardt, M., Beijers, J., Pemberton, A., Kunst, M. (2023). Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, WODC 2022, p. 34-35.
[4] M. Wijers & M. de Boer, Een keer is erg genoeg, Verkennend onderzoek naar secundaire victimisatie van slachtoffers als getuigen in het strafproces, WODC 2010, p. 17.
[5] E.Jaspaert, L. van Oploo, T. Spapens, Evaluatiekader verschijningsplicht, WODC 2025. p. 3.
[6] Kragting, M., Augusteijn, F., Elbers, N., De Waardt, M., Beijers, J., Pemberton, A., Kunst, M. (2023). Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, WODC 2022.
[7] Kragting, M., Augusteijn, F., Elbers, N., De Waardt, M., Beijers, J., Pemberton, A., Kunst, M. (2023). Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, WODC 2022, p. 10-17.
[8] Kragting, M., Augusteijn, F., Elbers, N., De Waardt, M., Beijers, J., Pemberton, A., Kunst, M. (2023). Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, WODC 2022, p. 15.
[9] M. Lochs, ‘Spreekrecht’, in: prof. mr. C.P.M. Cleiren e.a. (red), Tekst & Commentaar Strafvordering (online).
[10] Kragting, M., Augusteijn, F., Elbers, N., De Waardt, M., Beijers, J., Pemberton, A., Kunst, M. (2023). Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, WODC 2022, p. 15.
[11] Kragting, M., Augusteijn, F., Elbers, N., De Waardt, M., Beijers, J., Pemberton, A., Kunst, M. (2023). Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, WODC 2022, p. 15.
De invloed van media op strafzaken: een blik op de zaak van Marco Borsato