prof. mr. Patrick van der Meij
advocaat en partner Cleerdin-Hamer, bijzonder hoogleraar strafrecht Universiteit Leiden
Europees Hof voor de Rechten van de Mens 9 februari 2021, appl. nr. 73329/16), Hasselbaink v. The Netherlands, ECLI:CE:ECHR:2021:0209JUD007332916, Schending art. 5 lid 3 en 4 EVRM Europees Hof voor de Rechten van de Mens 9 februari 2021, appl. nr. 10982/15, Maassen v. The Netherlands, ECLI:CE:ECHR:2021:0209JUD001098215, Schending art. 5 lid 3 EVRM Europees Hof voor de Rechten van de Mens 9 februari 2021, appl. nr. 69491/16, Zohlandt v. The Netherlands, ECLI:CE:ECHR:2021:0209JUD006949116, Schending art. 5 lid 3 EVRM
De Nederlandse strafrechtspraktijk kent een wijdverbreide toepassing van het meest ingrijpende vrijheidsbenemende dwangmiddel: de voorlopige hechtenis. Op basis van de wet beredeneren openbaar ministerie en rechters relatief eenvoudig dat iemand in voorlopige hechtenis kan, en daarmee ook dient te worden genomen. Er wordt niet vanzelfsprekend gezocht naar alternatieven voor die voorlopige hechtenis, en de redenen (gronden) worden doorgaans ingevuld aan de hand van abstracties in plaats van concrete feiten en omstandigheden die de persoon van de verdachte betreffen. De aangehaalde
jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens deelt een ferme tik uit aan deze Nederlandse praktijk en maakt duidelijk dat in de motivering van de vrijheidsbeneming niet mag worden volstaan met verwijzing naar abstracties of eerdere motiveringen door andere rechters, en dat steeds ook ambtshalve dient te worden getoetst of alternatieven bestaan.
De ingrijpendheid van de toepassing van de voorlopige hechtenis maakt dat de rechter
steeds zelfstandig dient te motiveren waarom die noodzakelijk is en op welke concrete feiten en omstandigheden dat kan worden gebaseerd, en bovendien ambtshalve dient te zoeken naar minder ingrijpende alternatieven.
Vrijheid is het hoogste goed. Ik zie in mijn dagelijkse praktijk het leven van mijn cliënten
vermorzeld worden vanwege het nodeloos lang vastzitten in het vooronderzoek. Met alternatieven in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis is hetzelfde doel te bereiken, en kan cliënt zijn leven op orde brengen voordat die door een vonnis in de gevangenis verdwijnt.
“Iedere advocaat dient de strafrechter te blijven uitdagen beslissingen te motiveren door de persoonlijke situatie van de cliënt voorop te stellen en goed over het voetlicht te brengen.”