prof. dr. Anne Lafarre
hoogleraar Tilburg University
Anne Lafarre is hoogleraar Ondernemingsrecht en Financiering aan Tilburg University.
Wat heeft AI al veranderd aan je werk als advocaat/ wetenschapper?
AI heeft mijn werk op meerdere vlakken veranderd. In het onderwijs merk ik dat ik voortdurend bronnen moet checken in geschreven werk (zoals de scripties) en studenten moet uitleggen wat AI wel en niet kan, terwijl ik zelf ook nog zoekende ben naar de juiste balans en het juiste gebruik. Bovendien krijg ik vaak prachtig geformuleerde teksten voorgeschoteld van studenten die inhoudelijk weinig tot niets zeggen. Voor mijn onderzoek is AI handig, bijvoorbeeld bij het coderen. Tegelijkertijd zie je dat de markt verandert. In het FD stond recent een artikel dat grote advocatenkantoren minder student-stagiaires nodig hebben, omdat eenvoudige vragen inmiddels door AI worden opgelost. Dat maakt het lastiger voor beginnende advocaten om ervaring op te doen en laat zien hoe belangrijk het is dat studenten de juiste AI-vaardigheden ontwikkelen. En dat is iets waar wij als docenten ook nog mee aan het experimenteren zijn. Wat me daarnaast opvalt, is dat mensen steeds sneller schrijven en dus ook steeds meer publiceren, maar dat de eigen stijl daardoor vervaagt. Het wordt al snel een soort eenheidsworst, en dat maakt het minder leuk. Ik vrees ook dat mensen minder creatief worden, maar de toekomst zal dat uitwijzen.
Maak je je zorgen over AI in de juridische praktijk? Waarom wel of niet?
Ja en nee. AI kan de juridische praktijk op termijn zeker verbeteren, maar het brengt ook risico’s met zich mee.
Bronnen en informatie controleren is belangrijker dan ooit, want huidige modellen maken nog regelmatig
fouten. Daarom moeten we studenten niet alleen leren hoe ze AI effectief kunnen inzetten, maar vooral ook
hoe ze kritisch en zelfstandig blijven denken. Uiteindelijk blijf je als student en jurist (en wetenschapper)
altijd zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van je werk. Ik maak me ook zorgen over het onderscheid tussen
echt en nep (bronnen, video’s, fake news etc.); dat wordt steeds lastiger met AI.
Wat verwacht je dat AI de komende vijf jaar gaat veranderen aan het recht?
De komende vijf jaar vooruitkijken voelt bijna te ver, gezien hoe snel AI zich nu al ontwikkelt. Waar we dan staan, kunnen we ons nu waarschijnlijk nog niet eens voorstellen. Ik denk niet dat we AI moeten bestrijden, maar het juist tot op zekere hoogte moeten omarmen. Maar dan wel altijd met een kritische en zelfstandige blik. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om AI soms bewust buiten te sluiten, zodat we onze eigen vaardigheden blijven oefenen. Uiteindelijk draait het erom dat we zelfstandige denkers en creatieve geesten blijven.
Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit?
Een gemiddelde werkdag is behoorlijk afwisselend. Vaak geef ik één of twee colleges, gevolgd door een MTvergadering binnen ons departement, waar ik verantwoordelijk ben voor het onderzoek. Ook heb ik regelmatig
overleg met een promovenda over haar project. Aan het einde van de middag fiets ik snel naar huis om de kinderen op te halen van het kinderdagverblijf. Na het avondritueel met het gezin pak ik later op de avond vaak nog een moment om verder te werken aan mijn onderzoek.
Heb je bewust voor een carrière in de wetenschap/advocatuur gekozen?
Nee, eigenlijk niet. Het is meer op mijn pad gekomen. Mijn promotor, Christoph Van der Elst, was ook mijn
scriptiebegeleider en vroeg me na mijn scriptie of ik een promotietraject wilde starten. Mijn eerste reactie was nee, want ik had lang genoeg gestudeerd en wilde de praktijk in. Ik twijfelde tussen de advocatuur en een baan als econoom, maar bij het een zou ik de data-analyse en wiskunde missen, bij het ander juist het recht en het analytische puzzelen. Uiteindelijk koos ik toch voor een promotietraject, precies op de scheidslijn van recht en economie. Dat bleek de beste beslissing ooit. Ik was bang dat het saai zou zijn, maar het tegendeel is waar: je krijgt enorm veel vrijheid en bent echt ondernemer in je eigen project. Christoph en ik zijn inmiddels geruime tijd collega’s, maar ik ben hem nog steeds dankbaar dat hij mij deze kans bood. Het voelt inmiddels als een groot voorrecht om in de wetenschap te werken; les te mogen geven, samen te werken met jonge mensen en onderzoek te doen dat maatschappelijk en economisch relevant is.
Wat zou je in de toekomst nog graag willen doen?
Op 17 april 2026 vindt mijn oratie plaats, een mijlpaal die voor mij echt voelt als een droom die uitkomt!
Lig je ’s nachts wel eens wakker en waar pieker je dan over?
Tegenwoordig komt het minder vaak voor, omdat ik vaak erg moe ben, maar als ik pieker, gaat het meestal over de wereld en de grote uitdagingen waar we voor staan. Ik voel behoorlijk wat klimaatangst voor de toekomstige
generaties. Het idee dat, als onze generatie nu een klein stapje terug zou doen in haar welvaart, dat al enorm
veel zou kunnen betekenen voor de generaties na ons, houdt me bezig.
Je hebt een gezin. Hoe is het gesteld met jouw work/life balance?
Die is meestal nét in balans, maar soms ook niet. We hebben twee jonge kinderen, van 1 en 2 jaar oud en het
zijn schatten, maar ze hebben niet zo’n groot talent voor slapen. Dan begin je de dag vaak al vermoeid, en dan past alles vaak maar net in elkaar. Een taak die er dan bijkomt, of als één van de jongens ziek is, is dan af en toe lastig. Maar we merken al dat het makkelijker wordt en dat er steeds wat meer ‘lucht’ in de dag komt. De tijd
vliegt, ik probeer er ook vooral van te genieten en gewoon mee te gaan in deze ‘flow’.
Welk moment uit je carriere heeft het meeste indruk op je gemaakt?
Mijn work/life balance is meestal nét in evenwicht, maar soms ook niet. We hebben twee jonge kinderen van 1 en 2 jaar oud. Het zijn schatten, hele lieve jongens, maar slapen is niet hun sterkste kant. Daardoor begint de dag vaak al vermoeiend en past alles maar net in elkaar. Als er dan iets onverwachts bijkomt, zoals een ziek kind of een extra taak, kan het best pittig zijn. Tegelijkertijd merken we dat het langzaam makkelijker wordt en dat er steeds wat meer ‘lucht’ in de dag komt. De tijd vliegt, dus ik probeer er vooral van te genieten en er maar in mee te gaan.
Staat er nog iets op je carriere bucketlist?
Zie hierboven; op 17 april 2026 vindt mijn oratie plaats.
Welk aspect van je functie spreekt je het meest aan?
Voor mij zit de kracht juist in de combinatie. Ik vind het geweldig om les te geven, jonge mensen te inspireren met ondernemingsrecht en financiering en ze uit te dagen om kritisch te denken. Maar ik zou het zwaar vinden om dat de hele dag te doen; één à twee colleges per dag zijn precies goed om enthousiast te blijven en te voorkomen dat het routine wordt. Onderwijs afwisselen met onderzoek vind ik ideaal: ik duik graag de boeken,
jurisprudentie en data in, leer nieuwe analysetechnieken en puzzel dingen uit. Tegelijkertijd zou alleen onderzoek ook niet bij me passen. Zelfs de managementtaken zorgen voor variatie, al vind ik wel dat we op de universiteit echt een te sterke vergadercultuur hebben, dat mag wat mij betreft best minder.
Wat is je grootste uitdaging op dit moment?
Wat mij boeit is hoe goede regelgeving binnen het ondernemingsrecht bedrijven kan stimuleren om te verduurzamen. Daarvoor zijn aan de ene kant kwalitatief goede, duidelijke en eenduidige regels nodig, en eerlijk gezegd heeft Europa dat de afgelopen tijd niet altijd goed gedaan. Aan de andere kant hebben we juist nieuwe duurzaamheidsregels hard nodig, maar ook de tijd om bestaande regels eerst te testen en daarvan te leren. Met het recente Omnibusvoorstel en de bijbehorende onderhandelingen lijkt Europa zichzelf die ruimte nauwelijks te gunnen.
Welk artikel uit de wet zou je willen aanpassen en waarom?
Ik zou het liefst iets toevoegen; de Wet zorgplicht kinderarbeid is in het verleden wel aangenomen, maar nooit in werking getreden omdat er Europese initiatieven op de agenda stonden. Afhankelijk van hoe die zich ontwikkelen, zou ik het wenselijk vinden dat de wet alsnog wordt ingevoerd, met in ieder geval een bestuurlijke boete als sanctie.
Hoe ziet jouw team/jullie afdeling eruit?
Binnen het grotere departement Private, Business and Labour Law (PBLL) van Tilburg Law School hebben we een kleinere, informele sectie ondernemingsrecht die verantwoordelijk is voor het Nederlandstalige onderwijs. Dat is
een fantastisch team waar iedereen altijd voor elkaar klaarstaat, en we zijn bovendien al jaren collega’s. Daarnaast is er een internationale groep op het gebied van onder andere corporate law, een mooie en diverse
samenstelling. In mijn jeugd zat ik altijd met meerdere Anne’s in de klas; nu hebben we twee promovendi die
allebei Bahar heten, één uit Iran en één uit Turkije. Dat illustreert prachtig het internationale karakter van onze
afdeling.
Wat zou je veranderen als je één dag minister was?
Als ik één dag minister was, zou ik, uiteraard los van de vraag of dat wel haalbaar is binnen één dag en binnen het mandaat, direct de bezuinigingen op de wetenschap terugdraaien.