De Herfst arresten en het Samruk arrest

mr. Marcus Wagemakers | advocaat Hoge Raad

De Herfst arresten en het Samruk arrest

Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2236 (Morning Star),
Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2371 (N.N.),
Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2354 (Servaas)

Deze arresten zijn van groot belang voor de internationale arbitragepraktijk en dan met name voor het daarop volgende executietraject waarin investeerders zich willen verhalen op activa van soevereine staten.

De Hoge Raad heeft beslist dat niet alle bepalingen van het VN-Verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen1 als internationaal gewoonterecht kunnen worden aangemerkt, maar dat dit wel geldt voor art. 19 van dat Verdrag. Dat betekent een belangrijke beperking van de uitvoerbaarheid in Nederland van zowel conservatoire als executoriale maatregelen. Die zijn uitgesloten, behoudens de in art. 19, onder a t/m c, VN-Verdrag genoemde gevallen.

Dit heeft te maken met de soevereiniteit van vreemde staten. In overeenstemming met de strekking van de immuniteit van executie (art. 19, onder c, VN-Verdrag) geldt als uitgangspunt dat eigendommen van vreemde staten niet vatbaar zijn voor beslag en executie, tenzij en voor zover is vastgesteld dat deze een bestemming hebben die daarmee onverenigbaar is. Lees: andere dan
publieke doeleinden.

Vervolgens verduidelijkt de Hoge Raad dat de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vatbaarheid voor beslag en executie rusten op de schuldeiser die beslag legt of wil leggen op goederen van de vreemde staat. Hij moet gegevens aandragen waarmee kan worden vastgesteld dat de goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn bestemd voor, kort gezegd, andere dan publieke doeleinden. Dat moet hij doen per afzonderlijk vermogensbestanddeel van de vreemde staat.

Een apart geval zijn de zogenaamde ‘mixed funds’. Dat zijn tegoeden die voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Daarvoor geldt dat de schuldeiser die beslag legt of wil leggen, moeten stellen en aannemelijk moet maken dat en in hoeverre die gelden en tegoeden vatbaar zijn voor beslag en executie.

Voor de test of tegoeden voor publiek doeleinden worden gebruikt (immuniteit van executie) of worden gebruikt of voor andere doeleinden, is het onderscheidend criterium of de uiteindelijke bestemming publiek is; dus niet de onmiddellijke bestemming. Dit is uitgemaakt in het Samruk arrest van de Hoge Raad.

Home Live On Demand Mijlpaalarresten Podcasts Blogs Zoeken