prof. mr. Anne Keirse
raadsheer Gerechtshof Amsterdam, hoogleraar burgerlijk recht Universiteit Utrecht
Hoge Raad 18 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1002
Vlak voordat ik met mijn filosofie- en rechtenstudies begon, op 18 juni 1993, wees de Hoge Raad arrest in een kort geding tegen de Rembrandtparkverkrachter. Dit arrest, dat veel pennen (waaronder de mijne) in beweging bracht, staat aan de wieg van mijn onderzoekslijn met als motto dat schade voorkomen beter is dan schade vergoeden. Fundamenten voor deze onderzoekslijn liggen in mijn afstudeerwerk en promotieonderzoek naar de – op de schuldeiser rustende – schadebeperkingsplicht en in mijn oratie over de – op de schuldenaar rustende –
schadevoorkomingsplicht. Niet alleen is een benadeelde gehouden om de eigen schade binnen de grenzen van de redelijkheid te beperken, maar ook, en belangrijker, rust op eenieder de plicht om het zonder recht toebrengen van schade aan een ander te voorkomen; en om als het kwaad reeds is geschied de schadelijke gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Dit leert (en leerde destijds mij) de zaak tegen de Rembrandtparkverkrachter, ook wel bekend als de Eerste Aidstestzaak.
De casus
In het Rembrandtpark in Amsterdam is een vrouw verkracht. De dader wordt gearresteerd en strafrechtelijk veroordeeld. De vrouw komt te weten dat de dader ook anderen seksueel heeft misbruikt en vreest voor een besmetting met het HIV-virus. Zij laat haar bloed onderzoeken, maar krijgt te horen dat haar bloed zes maanden later nog eens moet worden getest voor een betrouwbaar resultaat. Dit ervaart de vrouw als zeer belastend en daarom vordert zij in kort geding dat de dader verplicht wordt om zijn bloed op aanwezigheid van het HIV-virus te laten testen zodat direct meer duidelijkheid kan worden verkregen. De eis van de vrouw wordt toegewezen. Het bloedonderzoek wordt tegen de wil van de man bevolen en vindt ook plaats. Maar dan volgt in het verdere verloop van de rechtszaak alsook in de literatuur een heftige discussie. De aidstest betekent een inbreuk op het grondrecht van de dader op lichamelijke integriteit. Is deze inbreuk gerechtvaardigd?
De beslissing
De feitenrechters verschillen van mening, maar het eindoordeel luidt bevestigend. De Hoge Raad overweegt dat de vrouw, nu zij slachtoffer is geworden van het ernstige, opzettelijk gepleegde delict van verkrachting, er recht op heeft dat de gevolgen daarvan door de dader zoveel mogelijk worden beperkt. Een vergelijkbaar oordeel viel reeds in de zaak tegen de aanrander met de hond (HR 24 mei 1985, ECLI:NL:PHR:1985:AC8901) die nadat hij op vrije voeten is gesteld, zijn hond uit wil laten in hetzelfde park waar een van zijn slachtoffers haar hond placht uit te laten. Van de aanrander mag worden gevergd dat hij zich actief moeite geeft om uit de buurt te blijven van het slachtoffer dat begrijpelijkerwijs niet is opgewassen tegen een mogelijke ontmoeting. Nadat hierover tot in hoogste instantie en na verwijzing door de Hoge Raad is doorgeprocedeerd, is in kracht van gewijsde gegaan dat de vermijdingsverplichting een straat- en parkverbod rechtvaardigt.
Focus niet alleen op het resultaat, maar wees je ook bewust van de weg ernaartoe
De uitkomst van deze zaken kan de meesten bekoren, maar over de juridische grondslag is hevig gedebatteerd. Sommigen zagen een botsing van grondrechten, anderen schadevergoeding in natura. De juiste lezing is dat de op de dader rustende plicht om door hem toegebrachte schade te voorkomen of beperken zo ver kan strekken dat deze een inbreuk op zijn grondrechten rechtvaardigt. De een mag de ander geen schade berokkenen. Is er toch schade toegebracht, dan dient de schadeveroorzaker alles te doen wat in zijn macht ligt om de schade te beperken. Deze plicht om de schade te beperken heeft naar aard der zaak voorrang boven de plicht de schade te vergoeden. De breed te trekken les is dat het bij een wederzijdse mogelijkheid tot schadebeperking, altijd aan de schadeveroorzaker/ schuldenaar is om schadevoorkomend in te grijpen; de schadebeperkingsplicht van de benadeelde/schuldeiser vindt daar zijn grens.
Tips & Tricks:
• Focus niet alleen op het resultaat, maar wees je ook bewust van de weg ernaartoe.
• Laat schade niet onnodig oplopen en wees bedacht op de mogelijkheden van schadevoorkoming en schadebeperking. Bij een wederzijdse mogelijkheid tot schadebeperking, is het aan de schadeveroorzaker om de schade te beperken en vindt de
schadebeperkingsplicht van de benadeelde zijn grens.
• Weet waar in het BW je bent aanbeland en waarom; expliciteer de grondslag als leidraad.
• Verkrijg vooraf helderheid over causaal verband, of en welke schadeposten er zijn en wat de omvang daarvan is. Dit hoeft gezien artikel 6:96 BW niet op eigen rekening te zijn, terwijl het vergeefse proceskosten en vermijdbare proceskostenveroordelingen kan voorkomen.
• Stapel vorderingen niet onnodig of arbitrair, maar weloverwogen en met beleid.
Een Overgang van onderneming vraagt om duidelijke informatievoorziening