mr. Roel den Otter
senior raadsheer Gerechtshof Amsterdam
Hoge Raad 20 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1864 (Doodslag op Saba)
Als de verdachte zwijgt of liegt, mag de rechter dat dan gebruiken voor het bewijs? De Hoge Raad geeft in het arrest een overzicht van de jurisprudentie over de betekenis van het zwijgen en van de onaannemelijke en onware verklaring.
De rechter mag onder bepaalde omstandigheden bij de bewijsredenering betrekken dat de verdachte zwijgt of liegt. Onder strikte voorwaarden kan een ‘kennelijk leugenachtige verklaring’ zelfs bewijs opleveren. In deze zaak had de verdachte seksueel contact gehad met een studente die later dood werd aangetroffen in haar woning op Saba. Hij verklaart bij de politie dat zij vrienden waren, friends with benefits, en het daarom logisch was dat er DNA-sporen in de woning van het slachtoffer zijn gevonden.
Als advocaat sta je regelmatig voor de keuze: is het verstandig als de verdachte zwijgt en geen antwoord geeft op de vragen van de politie? Is het beter dat hij pas bij de rechter een verklaring aflegt? Of is dat juist nadelig? En wat adviseer ik mijn cliënt die gewoon een slecht verhaal heeft, als de ongeloofwaardigheid ervan afdruipt?
Als strafrechter worstel ik met vergelijkbare vragen. Hoe weet ik of het waar is wat de verdachte zegt? De waarheid is niet altijd even logisch. En bij het vaststellen van de waarheid gaat het natuurlijk niet om het verdelen van juridische risico’s. Het gaat om wat er werkelijk is gebeurd. In de strafzaak over de doodslag op Saba geeft de Hoge Raad een prachtig overzicht van de jurisprudentie over de betekenis van zwijgen en liegen voor het bewijsoordeel. Wat blijkt? In veel gevallen is het erg onverstandig om te zwijgen of te liegen.
Hoe liep het af met de man die werd verdacht van de doodslag op de student op Saba? Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie stelde vast dat er geen bewijs was van friends, noch van benefits. En dat de verdachte een kennelijk leugenachtige verklaring had afgelegd. Deze leugen werd zelfs gebruikt voor het bewijs dat hij de studente opzettelijk van het leven had beroofd. De Hoge Raad liet dat oordeel in stand.