mr. Caspar Janssens
advocaat Hoge Raad, Ploum
Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635 (Van Hese/De Schelde)
Recht draait om rechtvaardigheid. Dat betekent dat als (rechts)posities onredelijk uiteenlopen, een level playing field moet worden gecreëerd om tot een rechtvaardig evenwicht te komen. Vaak neemt de wetgever die verantwoordelijk voor zijn rekening, zoals bijvoorbeeld in het arbeidsrecht en het consumentenrecht. Maar soms schiet wettelijke bescherming tekort en is het aan de rechter te zorgen voor een rechtvaardig gelijk speelveld. Het arrest Van Hese/De Schelde is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.
In de periode 1959-1963 was Van Hese werknemer bij De Schelde. Ruim dertig jaar later werd bij hem mesothelioom geconstateerd, een vorm van kanker die wordt veroorzaakt door blootstelling aan asbest. De ziekte wordt vaak pas 20 tot 40 jaar later vastgesteld en is niet te behandelen. Patiënten overlijden meestal binnen een jaar na de diagnose. Toen bij Van Hese de diagnose mesothelioom werd gesteld, was de termijn waarbinnen zijn voormalige werkgever aansprakelijk kon worden gesteld allang verstreken. Zijn vordering was op grond van artikel 3:310 BW verjaard en De Schelde beriep zich op verjaring.
De advocaat van de erfgenamen van Van Hese voerde aan dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was (artikel 6:2 lid 2 BW). Rechtbank en hof oordeelden dat de schadevergoedingsvordering was verjaard, maar de Hoge Raad schoot te hulp. Hij oordeelde dat aan de hand van alle omstandigheden van het concrete geval moet worden beoordeeld of het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hij formuleerde daarbij een gezichtspuntencatalogus van zeven punten die de rechter in zijn oordeel moet betrekken.
Inmiddels is aan artikel 3:310 BW een nieuwe bepaling toegevoegd, waardoor schadevergoedingvorderingen met betrekking tot letsel of overlijden vijf jaar nadat de benadeelde met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden verjaren.
Zowel het arrest als de aangepaste wettelijke regeling hebben (soms stevige) kritiek te verduren gekregen. Voor mij blijft het arrest een lichtend voorbeeld van rechterlijk ingrijpen om te proberen het recht ook daadwerkelijk rechtvaardig te laten zijn.
Tip & Trick:
• de rechter spreekt recht en hij dient dus een rechtvaardige uitspraak te doen. Leg de rechter haarfijn uit waaruit een onredelijke ongelijkheid tussen partijen bestaat en vraag de rechter die ongelijkheid op te heffen om tot een rechtvaardige
uitspraak te komen.
• als de zaak daarvoor geschikt is, kan het helpen de rechter te vragen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Je kunt die (rechts)vragen alvast in je processtuk formuleren. Dat helpt niet alleen jezelf om het probleem helder te formuleren, maar het helpt de rechter ook om snel tot de kern van het probleem te komen.