Einde van de arbeidsovereenkomst Art. 667 - Art. 668 en Art 670B
12 augustus 2025

Einde van de arbeidsovereenkomst Art. 667 - Art. 668 en Art 670B

Loonrisicoverdeling (art.

Inhoud

Loonrisicoverdeling (art. 7:628 BW e.v.)
Sinds 2020 is de hoofdregel “geen arbeid, geen loon” (art. 7:627 BW) verdwenen en geïntegreerd in art. 7:628 BW. De kern is dat een werknemer recht heeft op loon, tenzij het niet verrichten van arbeid in redelijkheid voor zijn rekening komt. Dit heeft de bewijslast veranderd, maar de inhoud grotendeels gelijk gehouden.

Risico werknemer
Het loon vervalt als de werknemer zelf verantwoordelijk is voor het niet werken. Voorbeelden zijn: opzettelijk wegblijven, te laat komen door eigen toedoen, detentie (ook bij latere vrijspraak), verlies van rijbewijs of werkvergunning door eigen schuld, deelname aan staking of bepaalde protestacties. Ook staking door derden kan onder omstandigheden voor rekening van de werknemer komen.

Risico werkgever
In veel andere situaties behoudt de werknemer het loon. Dit geldt bij normale bedrijfsrisico’s zoals productieproblemen, onvoldoende werk, of kapotte machines. Ook bij bijzondere bedrijfsomstandigheden, wilde stakingen van derden, of schorsing/non-actiefstelling (zelfs bij ernstig wangedrag) moet loon worden doorbetaald. Bij situatieve arbeidsongeschiktheid (arbeidsconflict zonder medische ziekte) heeft de werknemer eveneens recht op 100% loon en moet meewerken aan een oplossing.

Loon bij ziekte (art. 7:629 BW)
De wet schrijft doorbetaling van 70% van het maximumdagloon voor, met in het eerste jaar minimaal het minimumloon. In praktijk wordt in contracten vaak 100% afgesproken. Het loonbegrip is iets beperkter dan bij art. 7:628 BW: prestatieafhankelijke bonussen vallen er niet altijd onder, tenzij ze onder het “gemiddeld loon” van art. 7:628 lid 3 BW vallen. Een oud arrest uit 1941 sloot omzetbonussen uit, maar de vraag is of dit nog volledig opgaat in de huidige tijd.

Home Live On Demand Mijlpaalarresten Podcasts Blogs Zoeken