Alimentatieprocesrecht: strategische keuzes

Aanleiding is het arrest 10/5/2022 ECLI:NL:GHARL:2022:3833 Hof Arnhem-Leeuwarden over echtscheiding, partneralimentatie, baby-uitzet en advocaatkosten. Aan het arrest gingen vooraf de beschikking voorlopige voorzieningen van de rechtbank Amsterdam (8 juli 2020) en daarna de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Midden-Nederland (3 maart 2021). Samenvattend heeft het hof uitspraak gedaan over de echtscheiding, de partneralimentatie en de kosten van de babyspullen en de proceskosten. Voorts over wijziging van de voorlopige voorziening van de rechtbank (t.a.v. de partneralimentatie). De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling van het hof haar hoger beroep tegen de echtscheiding ingetrokken en zij is vervolgens niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot de echtscheiding. Logisch want mevrouw heeft ook zelf de echtscheiding verzocht. Het verzoek tot partneralimentatie is afgewezen. Het hof heeft voor het bepalen van de behoefte van de vrouw aan partneralimentatie de hofnorm niet als leidraad gebruikt vanwege de korte duur van het huwelijk en het feit dat de partijen tijdens hun kort feitelijk huwelijk van 18 weken bij de ouders van de man hebben gewoond. De vrouw was gelet op haar werkervaring niet behoeftig en kon voorzien in haar levensonderhoud. Het hof heeft bepaald dat de man in redelijkheid een bedrag voor de door de vrouw gekochte babyspullen moest betalen. Het hof heeft het verzoek van de vrouw om haar juridische kosten te betalen afgewezen en heeft de proceskosten tussen de partijen gecompenseerd (dus ieder droeg de eigen kosten van rechtsbijstand zoals gebruikelijk in familiezaken). Ook heeft het hof op verzoek van de man bepaald dat het door de beide partijen overeengekomen ouderschapsplan in de beschikking wordt opgenomen. Het hof heeft de man ontvankelijk verklaard in zijn verzoek wijziging voorlopige voorzieningen (t.a.v. de partneralimentatie). Dat is niet conform de wet want een dergelijk verzoek moet worden ingediend bij de rechter die de voorlopige voorziening heeft gewezen (dus de rechtbank Amsterdam). De ontvankelijkheid is wel conform het procesreglement omdat sprake is van voldoende connexiteit met de behandelde zaak en deze hierdoor niet wordt vertraagd. Oftewel: praktische, pragmatische en proceseconomische oplossing. De voorlopige voorziening t.a.v. de partneralimentatie is met terugwerkende kracht tot de datum van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Midden-Nederland op 3 maart 2021 op nihil gesteld. Dit mede op grond van het feit dat de man was gestopt met betalen vanaf die echtscheidingsbeschikking op 3 maart 2021.



Jurisprudentie

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3833