Rechtbank Amsterdam 5 november 2025 Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2025 Hoge Raad 26 september 2025 Rechtbank Noord-Holland 23 september 2025 Rechtbank Oost-Brabant 17 september 2025 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2016:1006 Hoge Raad 31 mei 2016

ECLI:NL:HR:2016:1006

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 31-05-2016

Onderwerp: Geheimhoudingsverplichting en verschoningsrecht

Overige onderwerpen: Akte-bewijs, Bewijsrecht

Rechtsgebiedenregister: Burgerlijk procesrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Beklag, beslag, ex. art. 94 Sv. Beklag tegen beslag onder advocaat. Zeer uitzonderlijke omstandigheden die het belang dat de waarheid aan het licht komt doen prevaleren boven het verschoningsrecht van klaagster. Samenhang met 15/02123 Bv, 15/05448 Bv en 16/00003 Bv. HR: 81.1 RO.


Uitspraak:

31 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/02125 Bv
AGE/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 24 april 2015, nummer RK 14/1927, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klaagster]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2016.

Spreker(s)

prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak Radboud Universiteit Nijmegen