ECLI:NL:HR:2024:159
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 02-02-2024
Onderwerp: Ontslag op staande voet
Overige onderwerpen: HR 2 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:159 (Kwik-
Fit)
. Ik verwijs ook naar hetgeen is vooropgesteld in het Autocentrum Zuid Nederland-arrest uit
2016: 3.5.2 In geval van opzegging van een arbeidsovereenkomst om een dringende
reden dient die reden onverwij, HR 2 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:159 (Kwik-
Fit)
. “Het vereiste dat de dringende reden onverwijld wordt medegedeeld strekt ertoe te
waarborgen dat voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk is welke eigenschappen of
gedragingen de ander hebben genoop, HR 2 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:159 (Kwik-
Fit)
3.5.3 Een ontslaggrond behoeft niet onder alle omstandigheden aan de wederpartij te
worden meegedeeld. Mededeling kan achterwege blijven in het uitzonderlijke geval dat het
voor de werknemer aanstonds d, HR 2 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:159 (Kwik-
Fit)
De ratio van de mededelingseis bij ontslag op staande voet van een werknemer is
zodoende dat de werknemer tot een standpuntbepaling over het ontslag kan komen. De
werknemer moet weten met welke ontslagg, HR 2 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:159 (Kwik-
Fit)
Of het de werknemer onmiddellijk duidelijk is welke dringende reden tot de opzegging heeft
geleid, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Daarbij is te denken aan de
inhoud van de ontslag, HR 2 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:159 (Kwik-
Fit)
Werknemer heeft op een maandag op de werkvloer met een collega gevochten, waarna
beide werknemers op diezelfde dag zijn geschorst. Twee dagen later, op woensdag, is hij
gehoord. Weer twee dagen later is, Onverwijlde mededelingseis, Onverwijlde mededelingseisHR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:159 (Kwikfit), Onverwijldheid, Vereisten
Rechtsgebiedenregister: Erfrecht, Sociaal-zekerheidsrecht, Ambtenarenrecht, Personen- en familierecht, Arbeidsrecht
Vindplaats: Avdr.nl, LegalFlix
Inhoudsindicatie:
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht; ontslag op staande voet wegens vechtpartij op werkvloer. Mededelingseis en voorhanden zijn dringende reden; art. 7:677 lid 1 BW.
Uitspraak:
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02519
Datum 2 februari 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[weknemer],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: werknemer,
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
KWIK-FIT NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Harderwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: werkgever,
advocaat: S.F. Sagel.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak 9286544/21-50403 van de rechtbank Den Haag van 3 november 2021 en 21 februari 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.312.465/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 april 2023.
Werknemer heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Werkgever heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van werknemer heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [weknemer] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Kwik-Fit Nederland B.V. begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [weknemer] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 2 februari 2024.