Hoge Raad 30 oktober 2020

ECLI:NL:HR:2020:1712

Datum: 30-10-2020

Onderwerp(en): Mondelinge behandeling

Rechtsgebiedenregister: Verbintenissenrecht, Cassatie, Burgerlijk procesrecht

Procesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Art. 155 Rv. Rechterswisseling; na mondelinge behandeling, tussenarrest en bewijslevering is eindarrest gewezen door drie andere raadsheren; ook de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de getuigenverhoren hadden plaatsgevonden, heeft niet aan het wijzen van eindarrest meegewerkt. Was het hof gehouden om voorafgaand aan het wijzen van het eindarrest een en ander aan partijen mee te delen? Kan in hogere instantie worden geklaagd over het verzuim om te voldoen aan het bepaalde in art. 155 lid 2 Rv? Strijd met art. 6 EVRM? Samenhang met zaak 19/03425.

Spreker(s)

mr.-M.E.-Bruning-image.jpg
mr. Menno Bruning

Lawyers' Specialist (L'S Cassatie), advocaat bij de Hoge Raaden raadsheer-plaatsvervanger

Bekijk profiel
mr-v2.-D.-Rijpma-image.jpg
mr. Derk Rijpma

Rijpma Cassatie & Litigation, advocaat bij de Hoge Raad

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: