Rechtbank Den Haag 16 oktober 2020

ECLI:NL:RBDHA:2020:10397

Datum: 16-10-2020

Onderwerp(en): Prejudiciële vragen Rechtbank Den Haag, 14 september 2020

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht, Jeugdrecht civiel

Naarmate een pleeggezinplaatsing in het gedwongen kader langer duurt, wordt steeds belangrijker dat duidelijk geregeld is welke bevoegdheden de ouders (nog) hebben, welke de GI die belast is met de uitvoering van de maatregelen en welke bevoegdheden de pleegouders en het pleegkind hebben. Hoe bijvoorbeeld te handelen als pleegouders met hun pleegkind uitstapjes willen maken of voor korte of langere duur op vakantie willen, al dan niet naar het buitenland, en de ouders van dat pleegkind daarvoor geen toestemming geven? Is die toestemming wel nodig, kunnen de pleegouders daar eventueel zelfstandig over beslissen en/of valt dat onder de reikwijdte van de machtiging tot uithuisplaatsing, zodat de instemming van de GI voldoet? Kinderrechters blijken van mening te verschillen over deze kwestie. Om die reden stelt de rechtbank prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.