Hoge Raad 2 februari 2024 Hoge Raad 8 december 2023 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 november 2023 Rechtbank Noord-Nederland 24 november 2023 Hoge Raad 17 november 2023 Bekijk alles
ECLI:NL:RBNHO:2018:149 Rechtbank Noord-Holland 10 januari 2018

ECLI:NL:RBNHO:2018:149

Datum: 10-01-2018

Onderwerp: Afwijzing

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Extern

De rechtbank acht het in strijd met de werkelijke status van het kind wanner de man als juridisch vader op de geboorteakte van het kind blijft vermeld. Het argument dat het Nederlanderschap van het kind de moeder in 2022 een betere positie geeft om haar verblijfsvergunning te verlengen kan niet het argument zijn om een familierechtelijke betrekking in stand te laten tussen een kind en een man, die niet de biologische vader is van dat kind. De moeder heeft, wanneer zij wenst dat [minderjarige] een juridische vader heeft met de Nederlandse nationaliteit, daartoe mogelijkheden, zelfs als de biologische vader die de Nederlandse nationaliteit bezit, geen contact met het kind wenst. Het kind heeft er recht op te weten van wie hij afstamt en heeft er tevens recht op en belang bij dat zijn juridische status in overeenstemming wordt gebracht met zijn werkelijke (biologische) status

Ga naar uitspraak