ECLI:NL:RBROT:2020:3607

Rechtbank:Rechtbank Rotterdam

Datum: 20-04-2020

Onderwerp: Vormen van verplichte zorg

Rechtsgebiedenregister: Psychiatrisch patiëntenrecht

Vindplaats: Extern


Inhoudsindicatie:

Zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz. Opname in accommodatie wordt niet toegewezen als vorm van verplichte zorg, omdat betrokkene ambulant wordt behandeld.


Uitspraak:

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594402 / FA RK 20-2386
Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene]
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [postcode] [woonplaats betrokkene] ,
advocaat mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 2 april 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

de medische verklaring opgesteld door J. Bertens, psychiater, van 1 april 2020;

de zorgkaart van 10 januari 2020 met bijlagen;

het zorgplan van 25 maart 2020 met bijlagen;

de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

[naam psychiater] , psychiater, verbonden aan Parnassia Groep.

1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische ontregeling, deels in remissie, in het kader van schizofrenie.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van andere oproept.
Betrokkene heeft tijdens een recente psychotische episode zijn geslachtsdeel met een scheermes bewerkt, omdat hij zelf een besnijdenis wilde uitvoeren. Ook zijn er diverse schulden ontstaan tijdens de psychotische episode en vertoonde betrokkene gedrag waarmee hij agressie op zichzelf kon afroepen. Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene reeds twee weken met ontslag is en bij het Leger des Heils verblijft. Hij krijgt zijn medicatie middels depot toegediend. Hoewel het nu beter gaat met betrokkene, is het aannemelijk dat het ernstig nadeel zich wederom zal voordoen indien hij zijn medicatie niet krijgt toegediend.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.
Om ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene verklaart tijdens de mondelinge behandeling een wisselende bereidheid met betrekking tot het accepteren van zijn medicatie.
Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

het toedienen van medicatie ter behandeling van een psychische stoornis;

het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Betrokkene accepteert één keer in de twee weken ambulante behandelcontacten.

Tevens is als vorm van verplichte zorg verzocht om betrokkene te kunnen opnemen in een accommodatie. Momenteel wordt betrokkene ambulant behandeld en is opname niet noodzakelijk. De psychiater verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat in het verleden is gebleken dat betrokkene psychotisch werd nadat hij stopte met het innemen van zijn medicatie. Indien dit weer gebeurd is opname in een accommodatie noodzakelijk om het toestandsbeeld van betrokkene te stabiliseren. Naar verwachting van de psychiater zal opname in een accommodatie op korte termijn echter niet aan de orde zijn.

De rechtbank overweegt dat indien opname in een accommodatie in de toekomst noodzakelijk is, tijdelijke verplichte zorg kan worden verleend als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Zo nodig, kan wijziging van de zorgmachtiging worden verzocht. Opname in een accommodatie als vorm van verplichte zorg, wordt daarom afgewezen.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.2.3.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Betrokkene stelt dat het verzoek voor de duur van zes maanden toegewezen moet worden, in plaats van de verzochte duur van één jaar. Nu de voorgaande zorgmachtiging van betrokkene een geldigheidsduur van drie maanden had en betrokkene inmiddels ambulant wordt behandeld, zal de rechtbank het verzoek voor een kortere duur toewijzen, te weten voor zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 oktober 2020.

Deze beschikking is op 15 april 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van S.S. Rigters, griffier, en op 20 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.