Hoge Raad 15 maart 2024 Rechtbank Midden-Nederland 5 maart 2024 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 maart 2024 Rechtbank Rotterdam 1 maart 2024 Gerechtshof Den Haag 27 februari 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:CRVB:2021:2268 Centrale Raad van Beroep 2 september 2021

ECLI:NL:CRVB:2021:2268

Datum: 02-09-2021

Onderwerp: VARIA

Rechtsgebiedenregister: Arbeidsrecht

Vindplaats: Extern

De rechtbank heeft op goede gronden geoordeeld dat het Uwv de eindejaarsuitkering terecht buiten de dagloonvaststelling heeft gelaten. Uit de nota van toelichting (Stb. 2013, 185, blz. 19 en 20) blijkt dat het een bewuste keuze is geweest van de besluitgever om – anders dan voorheen in het Besluit dagloonregels – geen rekening te houden met opgebouwd extra periodiek salaris dat nog niet is uitbetaald in de referteperiode. Wat appellante heeft aangevoerd in verband met het gelijkheidsbeginsel kan, gelet op de bewuste keuze van de besluitgever voor deze regeling, geen doel treffen. Ook bij dienstverbanden van korter dan een jaar kan de eindejaaruitkering worden meegenomen bij de dagloonberekening als deze is genoten tijdens de referteperiode. Zoals overwogen in de uitspraak van de Raad van 1 november 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3908, kan van deze regeling niet gezegd worden dat deze in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur. Hoewel het niet meenemen van de eindejaarsuitkering voor appellante ongunstig uitwerkt, is dit het gevolg van correcte toepassing van het Dagloonbesluit. Deze toepassing is niet in strijd met het uitgangspunt van de ZW dat de uitkering wordt gerelateerd aan het genoten loon tijdens het dienstverband waaruit de verzekerde door ziekte ongeschikt is geworden (zie de in 4.4 genoemde uitspraak). Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

Ga naar uitspraak