Hoge Raad 10 juni 2011

ECLI:NL:HR:2011:BP9038

Datum: 10-06-2011

Onderwerp(en): Mondelinge behandeling, Schending recht partijen ex art. 134 jo 353 lid 1 Rv.

Rechtsgebiedenregister: Huurrecht, Verbintenissenrecht, Burgerlijk procesrecht, Arbeidsrecht

Wetsartikelen: Art. 6 EVRM, Art. 353 lid 1 Rv., Art. 209 Rv., Art. 134 Rv.

Procesrecht. In ogenschouw genomen het roljournaal en het door partijen ingevulde H10-formulier kan de op het audiëntieblad aangetekende beslissing van de rolraadsheer tot verwijzing van de zaak naar de rol voor dagbepaling arrest, mede gelet op art. 209 Rv. in verbinding met art. 353 lid 1 Rv., niet anders worden uitgelegd dan als een verwijzing van de zaak voor dagbepaling in het incident. Door niettemin uitspraak te doen in de hoofdzaak, heeft het hof het voor partijen uit art. 134 Rv. in verbinding met art. 353 lid 1 Rv. voortvloeiende recht geschonden zich uit te laten over de vraag of zij pleidooi wensen.

Spreker(s)

Prof-v2.mr.-M.J.A.M.-Ahsmann-image.jpg
prof.mr. M.J.A.M. Ahsmann

bijzonder hoogleraar Rechtspleging Faculteit der Rechtsgeleerdheid afdeling Civiel recht

Bekijk profiel
prof-v2.-mr.-W.D.H.-Asser-image.jpg
prof. mr. Daan Asser

hoogleraar Burgerlijk Procesrecht Universiteit Leiden

Bekijk profiel
prof-v2.-mr.-G.-van-Rijssen-image.jpg
prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Hof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Radboud Universiteit

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: