Hoge Raad 15 september 2017

ECLI:NL:HR:2017:2360

Datum: 15-09-2017

Onderwerp(en): Effectiviteit van het proceskostenbeding

Rechtsgebiedenregister: Verbintenissenrecht, Ondernemingsrecht, Burgerlijk procesrecht, Vastgoedrecht

Wetsartikelen: Art. 6:96 lid 3 BW, Art. 81 lid 1 RO, Art. 237 Rv., Art. 6 EVRM, Art. 21 Rv., Art. 130 Rv., Art. 238 Rv., Art. 239 Rv., Art. 240 Rv., Art. 424 Rv., Art. 130 lid 1 Rv., Art. 130 lid 2 Rv., Art. 6:96 lid 2 BW

Goederenrecht, (appel)procesrecht. Revindicatie schilderij. Vervolg van HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0462, NJ 2009/137. Vermeerdering van eis na cassatie en verwijzing; tweeconclusieregel; toelaatbaarheid herhaalde eiswijziging nadat deze eerder niet was toegelaten; art. 130 Rv; rechtsmiddelverbod. Vergoeding van werkelijk gemaakte proceskosten. Exclusieve en limitatieve regeling van proceskosten in art. 237-240 Rv; uitzondering bij misbruik van procesrecht (onrechtmatige daad); HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600, NJ 2016/380 (K./Rabobank) en HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012/233 (Duka/Achmea). Schadestaat.

Spreker(s)

mr-v2.-ROUNDEL.jpg
mr. Bjarni Schim

advocaat NautaDutilh N.V.

Bekijk profiel
mr. Freerk Vermeulen

advocaat en partner NautaDutilh N.V.

Bekijk profiel