Rechtbank Den Haag 19 maart 2020

ECLI:NL:RBDHA:2020:2537

Datum: 19-03-2020

Onderwerp(en): Handhaving | boete erkend referent, schending informatieplicht

Rechtsgebiedenregister: Asiel- en vluchtelingenrecht

Verweerder heeft aan eiseres een boete opgelegd van € 992.000,- op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat eiseres 124 vreemdelingen van de zogenoemde ‘riding teams’ werkzaamheden heeft laten verrichten op een cruiseschip dat in een droogdok lag te Rotterdam zonder te beschikken over tewerkstellingsvergunningen.

In geschil is onder meer of de uitzondering van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit

Uitvoering Wav (BuWav) van toepassing is.

“De rechtbank is daarom anders dan voorheen (uitspraak Rechtbank Den Haag 10 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:8487) van oordeel dat niet kan worden gezegd dat voldoende blijkt dat de uitzondering van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van het BuWav geen betrekking heeft op zeeschepen.”

“Nu niet kan worden geoordeeld dat onderhavig cruiseschip, terwijl het voor reparatie in het droogdok lag, niet kan worden aangemerkt als een vervoermiddel ‘in het internationale verkeer’ als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van het BuWav en verder aan de overige voorwaarden van die uitzonderingsbepaling is voldaan, heeft eiseres met de tewerkstelling van de leden van de riding teams zonder tewerkstellingsvergunning niet in strijd gehandeld met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Daarmee is de boeteoplegging, die gebaseerd is op een uitleg van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b die niet blijkt uit de tekst van die bepaling noch de toelichting daarbij, in strijd met het lex-certa beginsel.”

Spreker(s)