Hoge Raad 26 april 2024 Hoge Raad 5 april 2024 Hoge Raad 5 april 2024 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024 Rechtbank Rotterdam 4 april 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:RBMNE:2024:1257 Rechtbank Midden-Nederland 5 maart 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:1257

Datum: 05-03-2024

Rechtsgebiedenregister: Arbeidsrecht

Vindplaats: LegalFlix



Art. 7:671b lid 1 jo art. 7:669 lid 3 sub e-, g- en i BW en Wet bescherming klokkenluiders (Wbk). Verzoek werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft de werkgever meerdere keren gemeld dat mogelijk sprake is van een misstand, namelijk gebreken aan door de werkgever verkochte producten. Het doen van deze melding is vormvrij. De kantonrechter volgt werknemer dat hij door de werkgever in zijn positie is benadeeld als gevolg van de meldingen. Werknemer komt op grond van artikel 17ea van de Wbk bescherming toe tegen benadeling. Werkgever heeft niet aangetoond dat de benadeling niet te maken heeft met de meldingen van de werknemer. De kantonrechter wijst de verzochte ontbinding op grond van verwijtbaar handelen daarom af. De kantonrechter ziet ook geen reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidshouding omdat de gestelde verstoring onvoldoende is onderbouwd en geen herplaatsingsonderzoek is verricht.
Werknemer heeft als nevenverzoek verzocht om een schadevergoeding bestaande uit gemaakte kosten voor juridische bijstand, omdat de werkgever niet als goed werkgever heeft gehandeld (art. 7:686a BW jo art. 7:611 BW). De kantonrechter wijst deze schadevergoeding, waar geen afzonderlijk verweer tegen is gevoerd, toe.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)