ECLI:NL:RBROT:2020:517
Rechtbank:Rechtbank Rotterdam
Datum: 24-01-2020
Onderwerp: Wet zorg en dwang
Rechtsgebiedenregister: Gezondheidsrecht
Vindplaats: Extern
Inhoudsindicatie:
Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd). Verzoek CIZ rechterlijke machtiging niet-ontvankelijk. Geen verklaring als bedoeld in artikel 26 lid 5 onder d Wzd. Verklaring van arts is essentieel bij een verzoek tot vrijheidsbeneming van een cliënt.
Uitspraak:
Rechtbank Rotterdam
Team Familie
Zaak- / rekestnummer: C/10/589999 / FA RK 20-354
Beschikking van 24 januari 2020 betreffende een rechterlijke machtiging als bedoeld in artikel 26 Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt]
,
geboren op [geboortedatum cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende te [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,
advocaat mr. L.A. Middelkoop te Rotterdam.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen op
21 januari 2020.
2De beoordeling
2.1.
Artikel 26 lid 5 onder d Wzd bepaalt dat het CIZ bij een verzoek tot het verlenen van een machtiging een verklaring overlegt van een ter zake kundige arts die de cliënt kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was.
De eisen waaraan die verklaring moet voldoen zijn opgenomen in artikel 27 Wzd.
2.2.
Het CIZ beschrijft in haar verzoek dat de medische beoordeling is gedaan door Bavo (Parnassia Groep) en dat het onderzoeksverslag van deze beoordeling niet voldoet aan de wettelijke vereisten van een medische verklaring, maar dat zij gezien de schrijnende situatie toch heeft besloten het verzoekschrift in te dienen.
2.3.
De rechtbank stelt vast dat het CIZ bij het onderhavige verzoek tot het verlenen van een machtiging geen verklaring heeft overlegd als bedoeld in artikel 26 lid 5 onder d in samenhang gelezen met artikel 27 Wzd. Deze verklaring is een essentieel stuk bij een verzoek tot vrijheidsbeneming van een cliënt die niet mag ontbreken, ongeacht de schrijnende situatie waarin de betreffende cliënt verkeert.
2.4.
Gezien het voorgaande verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.
3De beslissing
De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Woudstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier J.D. Verburg op 24 januari 2020.