Raad van State 23 februari 2024 Rechtbank Den Haag 16 februari 2024 Rechtbank Den Haag 15 februari 2024 Rechtbank Den Haag 15 februari 2024 Raad van State 23 januari 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:RVS:2022:1918 Raad van State 6 juli 2022

ECLI:NL:RVS:2022:1918

Datum: 06-07-2022

Onderwerp: Horen in bezwaar

Rechtsgebiedenregister: Vreemdelingenrecht, Asiel- en vluchtelingenrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Bij besluit van 12 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Deze uitspraak gaat over de manier waarop de staatssecretaris de hoorplicht in de bezwaarfase (artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht) toepast in vreemdelingenzaken. In het bijzonder zal worden ingegaan op de vraag wanneer de staatssecretaris van horen afziet omdat hij een bezwaar kennelijk ongegrond acht (artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb), en of deze uitvoeringspraktijk in overeenstemming is met de genoemde bepalingen. De vreemdeling is een Syrische vrouw namens wie referent een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft ingediend met als doel gezinshereniging. De staatssecretaris heeft deze aanvraag aanvankelijk afgewezen, omdat hij vond dat referent onvoldoende had aangetoond dat hij een relatie met de vreemdeling heeft die gelijk te stellen is met een huwelijk.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Marieke van Eik

advocaat Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers