Rechtbank Overijssel 23 oktober 2025 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 oktober 2025 Hoge Raad 10 oktober 2025 Hoge Raad 26 september 2025 Rechtbank Midden-Nederland 24 september 2025 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2022:1107 Hoge Raad 15 juli 2022

ECLI:NL:HR:2022:1107

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 15-07-2022

Onderwerp: Bewijs

Overige onderwerpen: Omkering bewijslast

Rechtsgebiedenregister: Arbeidsrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 7:661 BW; art. 2:9 BW. Geschil over afwikkeling arbeidsovereenkomst en bestuurdersaansprakelijkheid, mede i.v.m. naheffingsaanslag loonbelasting. Betekenis van art. 7:619 BW voor stelplicht en bewijslastverdeling. Diverse rechts- en motiveringsklachten.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/01826

Datum 15 juli 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: F.J. Fernhout,

tegen

1. [verweerster 1] B.V.,gevestigd te Groningen,
2. J.C.M. SILVIUS in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V,kantoorhoudende te Groningen,

VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

de vonnissen in de zaak C/03/106396 / HA ZA 05-1191 van de rechtbank Maastricht van 6 september 2006 en 28 november 2012, en de rechtbank Limburg van 18 juni 2014, 13 augustus 2014 (rolbeslissing) en 3 december 2014;

de arresten in de zaak 200.170.868/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 juli 2018, 12 februari 2019, 7 mei 2019, 3 december 2019, 4 februari 2020 en 26 januari 2021.

[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing
De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.

Spreker(s)

prof. mr. Gerrard Boot

raadsheer Gerechtshof Amsterdam, hoogleraar arbeidsrecht Universiteit Leiden