Hoge Raad 17 november 2020

ECLI:NL:HR:2020:1800

Datum: 17-11-2020

Onderwerp(en): Vordering benadeelde partij

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Diefstal d.m.v. braak, art. 311.1.5 Sr. 1. Vordering b.p. Kan vordering b.p. in h.b. worden toegewezen tot hoger bedrag dan in h.b. is gevorderd? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. Hof heeft aan b.p. bedrag aan schadevergoeding toegewezen van € 4.000 (€ 3.800 voor materiële schade en € 200 voor immateriële schade) en heeft vordering b.p. tot schadevergoeding voor het overige afgewezen. Gelet op mededelingen van b.p. ttz. in h.b. moet het er echter voor worden gehouden dat b.p. afstand heeft gedaan van haar vordering op verdachte v.zv. deze vordering bedrag dat in e.a. is toegewezen oversteeg. Daarmee resteerde in h.b. als vordering b.p. alleen in e.a. toegewezen bedrag van € 3.758. Hof heeft € 242 meer toegewezen dan voor toewijzing vatbaar was. Daarnaast heeft hof schadevergoedingsmaatregel opgelegd met betalingsverplichting van € 4.000. Nu uit voorgaande blijkt dat middel terecht klaagt over materiële grond waarop hof verschuldigdheid van dit in schadevergoedingsmaatregel begrepen schadebedrag heeft aangenomen v.zv. het resterende vordering b.p. overschreed, had hof dit bedrag eveneens moeten beperken tot € 3.758 (vgl. ECL:NL:HR:2019:901). HR vermindert bedrag waarvoor vordering b.p. is toegewezen en bedrag van schadevergoedingsmaatregel.

Ad 2. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.