Hoge Raad 24 februari 2004

ECLI:NL:HR:2004:AO1498

Datum: 24-02-2004

Onderwerp(en): De aanmerkelijke kans

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Voorwaardelijk opzet; afgrenzing met “bewuste schuld”; aard gedraging. Het slachtoffer is door een kogel in de nek geraakt bij een vechtpartij waarbij verdachte een pistool, dat doorgeladen bleek te zijn, meermalen als slagwapen heeft aangewend door van zeer korte afstand in de richting van het hoofd van het slachtoffer te slaan, terwijl hij het pistool bij de kolf – en dus kennelijk met de vingers nabij de trekker – vasthield met de loop in de richting van het slachtoffer zonder dat hij zich ervan had vergewist of het een (door)geladen pistool betrof. ’s Hofs oordeel dat in casu sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: