Rechtbank Den Haag 20 september 2018

ECLI:NL:RBDHA:2018:11607

Datum: 20-09-2018

Onderwerp(en): Herstelrecht in jeugdstrafzaken

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht, Jeugdrecht strafrecht

Jeugdstrafrecht, begrijpelijke taal. De rechtbank veroordeelt een Litouwse jongen voor het seksueel misbruik van zijn eveneens Litouwse zusje. De vrouw die naar Litouws recht curator (vergelijkbaar met een Nederlandse voogd) is van de verdachte (en zich met het zusje heeft gevestigd in een voor de verdachte onbekend buitenland) heeft namens het zusje een vordering tot schadevergoeding ingediend voor een bedrag van bijna 20.000,-. De rechtbank verklaart de vordering met het oog op de complexe omstandigheden van het geval niet-ontvankelijk. Aan de verdachte wordt de pij-maatregel opgelegd.

Bijzonder aan deze zaak is dat voor de duur van de strafprocedure een bijzondere curator is benoemd, die op de dag van de uitspraak is ontslagen en opnieuw benoemd om de inmiddels veroordeelde minderjarige ook in de periode na de strafprocedure bij te staan (deze beslissingen zijn afzonderlijk gepubliceerd)

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: