Hoge Raad 1 december 2020

ECLI:NL:HR:2020:1890

Datum: 01-12-2020

Onderwerp(en): Overzichtsarresten 2018/2019/2020

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vormverzuimen, art. 359a Sv. Omzeilen van uitleveringsprocedure door aanhouding in Venezuela en uitzetting door Venezolaanse autoriteiten. Medeplegen voorbereidingshandelingen invoer cocaïne, art. 10a.1 Opiumwet. 1. Beoordelingskader vormverzuimen. 2. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging vanwege omzeilen van uitleveringsprocedure. 3. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging op grond van onvolledige, onjuiste, tegenstrijdige en te late informatieverstrekking door OM.

Ad 1. In aanvulling op ECLI:NL:HR:2004:AM2533 en ECLI:NL:HR:2013:BY5321, waarin is uiteengezet wanneer sprake is van een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv en aan welke (wettelijke) voorwaarden moet worden voldaan voordat toepassing kan worden gegeven aan één van de in dat artikel genoemde rechtsgevolgen merkt HR op dat HR geen aanleiding ziet substantiële wijzigingen aan te brengen in het beoordelingskader maar dat HR wel de precieze formulering van enkele maatstaven nuanceert of bijstelt. HR geeft nadere overwegingen over de beperking tot vormverzuimen die zijn begaan bij “het voorbereidend onderzoek” tegen verdachte en de toepassingsvoorwaarden voor de rechtsgevolgen van strafvermindering, bewijsuitsluiting respectievelijk n-o OM in de vervolging. Tot slot maakt HR enkele opmerkingen over de beoordeling van de feitelijke grondslag van verweren die strekken tot toepassing van art. 359a Sv.

Ad 2. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat aanhouding van verdachte in Venezuela en zijn uitzetting door Venezolaanse autoriteiten met de daarop volgende overbrenging naar Nederland, niet tot voorbereidend onderzoek a.b.i. art. 359a Sv kunnen worden gerekend. Dat oordeel is juist. Verwerping van verweer dat OM n-o is in vervolging van verdachte vanwege “het omzeilen van de uitleveringsprocedure” door aanhouding van verdachte in Venezuela, gevolgd door zijn uitzetting door Venezolaanse autoriteiten, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Ad 3. Hof heeft overwogen dat sprake is geweest van vormverzuimen in de zin van art. 359a Sv in de vorm van onvolledige, onjuiste, tegenstrijdige en te late informatieverstrekking door OM maar dat vormverzuimen zijn hersteld en procedure als geheel als eerlijk moet worden beoordeeld. ‘s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat er geen grond is voor n-o verklaren van OM maar dat gebrekkige informatievoorziening en daardoor veroorzaakte lange duur van de procedure wel reden zijn straf te matigen, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Volgt verwerping.

AvdR-TV (1)

Spreker(s)

mr.-Rob-Baumgardt-doek-1.jpg
mr. Rob Baumgardt

advocaat Baumgardt Strafcassatie Advocatuur

Bekijk profiel
Erik-Druijf.jpg
mr. Eric Druijf

senior rechter Rechtbank Midden-Nederland, raadsheer-plaatsvervanger Hof Amsterdam

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: