Hoge Raad 12 februari 2008

ECLI:NL:HR:2008:BC3797

Datum: 12-02-2008

Onderwerp(en): Strafuitsluitingsgronden

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Culpa in causa. V.z.v. het middel betoogt dat de feiten slechts dan aan verdachte zouden kunnen worden toegerekend als hij zou hebben geweten dat hij door het gebruik van cannabis de controle over zijn handelen zou verliezen en voorts ook het concrete gevolg daarvan – het plegen van de strafbare feiten i.c. – redelijkerwijze voorzienbaar was, stelt het eisen welke geen steun vinden in het recht. ’s Hofs oordeel dat de feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend, nu de opgetreden psychose aan hem zelf te wijten is geweest, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Dat het Hof heeft vastgesteld dat het optreden van een psychotische toestand geen algemeen bekend of vaak gezien gevolg is van cannabisgebruik kan daaraan niet afdoen, nu het Hof niet onbegrijpelijk heeft overwogen dat: a. verdachte een regelmatige gebruiker van cannabis was, b. hij wist dat gebruik van dat roesmiddel effect heeft op zijn psychische toestand, c. hij aldus kon weten dat het gebruik van cannabis niet geheel ontbloot is van risico’s en dat dit middel zijn functioneren zodanig kon beïnvloeden dat daaruit riskant gedrag zou kunnen ontstaan en d. het van algemene bekendheid is dat het psychisch functioneren na het gebruik van dergelijke middelen van persoon tot persoon verschilt.

Up-to-date blijven over Hoge Raad 12 februari 2008

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob ter Haar

docent aan de Universiteit Utrecht en verbonden als buitenpromovendus aan de VU, rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: