1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). 2. Vordering b.p. Wettelijke rente. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet alleen kan worden aangenomen o.g.v. hetgeen de aangeefster heeft verklaard maar dat de verklaring van aangeefster voldoende steun vinden in ander gebezigd bewijsmateriaal is niet zonder meer begrijpelijk, nu de overige bewijsmiddelen en de i.h.b. op de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster en niet expliciet op het bewijsminimum van art. 342.2 Sv gerichte nadere bewijsoverweging van het Hof onvoldoende steun geven aan de verklaring van de aangeefster. Ad 2. Het Hof heeft verzuimd in zijn beslissing de verdachte tevens te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de vordering van de b.p. voor zover deze is toegewezen, vanaf het moment dat de schade is ingetreden (vgl. HR LJN BD6354).

Spreker(s)

mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: