Hoge Raad 13 juni 2017

ECLI:NL:HR:2017:1071

Datum: 13-06-2017

Onderwerp(en): Kinderen | 249 1 judoleraar

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Ontucht met 16-jarig meisje door 39-jarige judoleraar op vier weken durende vakantie in Frankrijk aan te merken als ontucht plegen met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige a.b.i. art. 249.1 Sr? HR herhaalt vooropstellingen uit ECLI:NL:HR:1990:AD1168; de strekking van art. 249.1 Sr is het verlenen van bescherming aan minderjarigen die als gevolg van afhankelijkheid en overwicht van dader minder weerstand aan hem kunnen bieden dan anderen. Hof heeft uit zijn vaststellingen in de bewijsvoering kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat de minderjarige aangeefster gedurende de vakantie onder de hoede van verdachte stond waardoor zij – mede omdat verdachte tevens haar judoleraar was – zich tegenover de veel oudere verdachte in een afhankelijke positie heeft bevonden en zij onvoldoende weerstand heeft kunnen bieden aan diens, aan die afhankelijkheid ontleende overwicht op haar. Gelet daarop geeft het oordeel dat aangeefster “aan verdachtes zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd” a.b.i. art. 249.1 Sr niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel voorts niet onbegrijpelijk.