Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2026 Hoge Raad 13 februari 2026 Hoge Raad 13 februari 2026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 februari 2026 Hoge Raad 10 februari 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2023:1558 Hoge Raad 14 november 2023

ECLI:NL:HR:2023:1558

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 14-11-2023

Onderwerp: Aanhoudings verzoek

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. bedreiging, art. 285.1 Sr. Aanhoudingsverzoek door niet gemachtigde raadsman ttz. omdat verdachte mogelijk geen weet heeft van zitting, door hof afgewezen op de gronden dat raadsman alles heeft geprobeerd om met verdachte in contact te komen, er voldoende tijd is geweest om contact te leggen, verdachte niet heeft gereageerd op oproepen van reclassering en er geen indicatie is dat adres van verdachte niet juist zou zijn. Nu hof niet heeft vastgesteld dat oproeping in hoger beroep aan verdachte in persoon is uitgereikt of dat verdachte anderszins op de hoogte is geraakt van datum van zitting, had hof een afweging moeten maken tussen alle bij aanhouding van onderzoek ttz. betrokken belangen (vgl. HR:2020:1158). Hof heeft er echter niet blijk van gegeven die afweging te hebben gemaakt. Hof heeft daarom afwijzing van aanhoudingsverzoek ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00126

Datum 14 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 oktober 2021, nummer 21-003182-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.

2.2

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in:
“De verdachte (...) is niet verschenen.
Ter terechtzitting is aanwezig mr. A. de Haan, advocaat te Heerenveen, die verklaart niet uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
De raadsman deelt het volgende mee:
Ik verzoek het hof om de zaak aan te houden. Ik heb alles geprobeerd om mijn cliënt te bereiken, maar dat is helaas niet gelukt. Ik wil nogmaals proberen of ik met hem in contact kan komen.
De advocaat-generaal deelt mee dat hij zich verzet tegen aanhouding van de zaak nu alles al in het werk is gesteld om verdachte te bereiken en dat niet tot enig resultaat heeft geleid.
Het hof trekt zich terug voor beraad.
Na beraad van het hof deelt de voorzitter mee dat het verzoek tot schorsing van het onderzoek wordt afgewezen. De raadsman heeft naar eigen zeggen al alles geprobeerd om met verdachte in contact te komen. Er is voldoende tijd geweest om het contact te leggen. Verdachte heeft ook niet gereageerd op de oproepen van de reclassering. Er is ook geen indicatie dat het adres van verdachte niet juist zou zijn.”

2.3
Het hof heeft het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting omdat de verdachte mogelijk geen weet heeft van de zitting, afgewezen op de gronden dat de raadsman naar zijn zeggen alles geprobeerd had om met de verdachte in contact te komen, er voldoende tijd was geweest om contact te leggen, de verdachte niet had gereageerd op de oproepen van de reclassering en er geen indicatie was dat het adres van de verdachte niet juist zou zijn. Nu het hof niet heeft vastgesteld dat de oproeping in hoger beroep aan de verdachte in persoon is uitgereikt of dat de verdachte anderszins op de hoogte is geraakt van de datum van de zitting, had het hof een afweging moeten maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen (vgl. HR 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1158). Het hof heeft er echter niet blijk van gegeven die afweging te hebben gemaakt. Het hof heeft daarom de afwijzing van het aanhoudingsverzoek ontoereikend gemotiveerd.

2.4
Het cassatiemiddel slaagt.

3Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2023.

Spreker(s)

mr. Linda Kesteloo

docent Vrije Universiteit Amsterdam