Hoge Raad 15 september 2020

ECLI:NL:HR:2020:1423

Datum: 15-09-2020

Onderwerp(en): Unus testis

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Poging tot diefstal met geweld op station in Den Haag door lopend en per tram aangeefster te volgen en te proberen haar tas te stelen en daarbij in haar billen te knijpen en haar kruis te betasten, art. 312.1 Sr. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in aanwezigheid van verdachte op of nabij plaats delict? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. Hof heeft naast verklaringen van aangeefster over o.m. uiterlijk, kleding en rugzak van degene die (kort nadat zij uit tram was gestapt) achter haar liep en haar heeft geprobeerd te beroven, o.m. voor bewijs gebruikt camerabeelden waarop te zien is dat man, die aan door aangeefster opgegeven signalement voldeed en nadien door haar is herkend als degene die haar heeft geprobeerd te beroven, zich op station in nabijheid van aangeefster bevond, dezelfde route als aangeefster heeft gelopen en dezelfde tram heeft genomen; verklaring van verdachte dat hij zichzelf op deze camerabeelden heeft herkend en dat hij op betreffende dag donkere rugzak droeg; en resultaten van onderzoek van OV-kaart van verdachte waaruit blijkt dat hij bij dezelfde halte als aangeefster is uitgestapt. Gelet op één en ander kan niet worden gezegd dat voor bewijs gebruikte verklaringen van aangeefster onvoldoende steun vinden in overig bewijsmateriaal. Van schending van art. 342.2 Sv is daarom geen sprake. Volgt verwerping.

Spreker(s)

mr-Chris-Scheele-doek.jpg
mr. Chris Scheele

raadsheer Gerechtshof 's Hertogenbosch

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: