ECLI:NL:HR:2018:1001

Datum: 26-06-2018

Onderwerp: Niet 248d maar 239.3

Overige onderwerpen: SM, Zeden

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Extern

Verdachte en zijn toenmalige vriendin hebben in het bijzijn van haar destijds 13-/14-jarige en 10-/11-jarige kinderen SM-handelingen verricht. 1. OM-cassatie. Vrijspraak voor seksueel corrumperen van kinderen jonger dan 16 jaar, art. 248d Sr. Uitleg bestanddeel “ontuchtig oogmerk”. 2. Cassatie verdachte. Veroordeling t.z.v. schennis van de eerbaarheid (meermalen gepleegd), art. 239.3 Sr. Ad 1. Hof heeft vastgesteld dat verdachte en haar medeverdachte hun gedragingen hebben verricht "met het doel de kinderen te laten zien dat een SM-relatie liefdevol kan zijn, dat zij veilig waren bij de medeverdachte en niet bang voor hem hoefden te zijn”. Hof heeft voorts overwogen dat door de in de tll. omschreven gedragingen van verdachte en medeverdachte waarmee zij de daar genoemde kinderen desbewust hebben geconfronteerd, weliswaar "alle fatsoensnormen" en "een sociaal-ethische grens" zijn overschreden, maar geoordeeld dat zulks in de omstandigheden van het onderhavige geval ontoereikend is om die gedragingen aan te merken als te zijn verricht met een "ontuchtig oogmerk" a.b.i. art. 248d Sr. In aanmerking genomen dat blijkens art. 22 Verdrag van Lanzarote en de wetsgeschiedenis bij art. 248d Sr voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een "ontuchtig oogmerk", van belang is of de gedraging is verricht voor seksuele doeleinden ("for sexual purposes"), geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste uitleg van art. 248d Sr. Dat oordeel is ook toereikend gemotiveerd. Ad. 2. Opzet op kwetsen van normaal ontwikkeld schaamtegevoel? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met nr. 16/05296.

Ga naar uitspraak