ECLI:NL:HR:2019:1881

Datum: 03-12-2019

Onderwerp: Voorwaardelijk opzet

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Extern

Seksuele verleiding van een minderjarige, art. 248a Sr. Blijkt (voorwaardelijk) opzet uit bewijsvoering Hof? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1013 m.b.t. bestanddeel “beweegt”: van hiermee tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat een persoon mede onder invloed van giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding is overgegaan tot het plegen van ontuchtige handelingen of het dulden van zodanige handelingen van de verdachte. Daarnaast is voor strafbaarheid vereist dat het opzet van de verdachte is gericht op het bewegen ontuchtige handelingen te plegen of dulden. Indien de tll. is toegesneden op het door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen tot plegen van ontuchtige handelingen of dulden van zodanige handelingen van de verdachte, kan het opzettelijk bewegen niet worden bewezenverklaard indien aannemelijk wordt dat - ook al had de verdachte feitelijk zodanig overwicht - hij zich niet ervan bewust was dat dit overwicht (mede) van invloed was op het door de betreffende persoon plegen of dulden van ontuchtige handelingen. I.c. heeft het Hof bewezenverklaard dat verdachte door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht opzettelijk aangeefster heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden. Gelet op de bewijsvoering - in het bijzonder de vaststellingen dat de verdachte wist van de kwetsbaarheid van aangeefster en dat zij haar problemen met verdachte, haar 22 jaar oudere handbalcoach, besprak - alsmede de verklaring van aangeefster dat verdachte tegen haar had gezegd dat hij in het Wetboek van Strafrecht had opgezocht dat zij vanaf 17 jaar seksueel meerderjarig was en hij dan niet ervoor gestraft zou kunnen worden en dat zij zich beter kon uitschrijven bij de handbal omdat hij dan niet erop aangekeken zou worden dat hij haar trainer was (b.m. 2) heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat het in het vooropgestelde bedoelde geval waarin het opzettelijk bewegen tot plegen van ontuchtige handelingen of dulden van zodanige handelingen van verdachte niet kan worden bewezenverklaard, zich niet heeft voorgedaan. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. I.h.l.v. de bewijsvoering als geheel doet daaraan niet af de enkele door het Hof gebruikte frase dat de verdachte zich van zijn overwicht bewust had moeten zijn. Volgt verwerping. CAG: anders.

Ga naar uitspraak