Hoge Raad 30 mei 2017

ECLI:NL:HR:2017:972

Datum: 30-05-2017

Onderwerp(en): Pleidooi en laatste woord

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat hetgeen verdachte verder wilde aanvoeren slechts nodeloze herhalingen zou bevatten van aspecten die reeds bij de behandeling van de zaak aan de orde zijn geweest. Op welke f&o die veronderstelling is gebaseerd blijkt niet uit het p-v van de tz. in h.b., terwijl daaruit evenmin blijkt dat verdachte na de onderbreking door de voorzitter nog in de gelegenheid is gesteld het woord te voeren. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Spreker(s)

mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: