Hoge Raad 4 december 2018

ECLI:NL:HR:2018:2223

Datum: 04-12-2018

Onderwerp(en): noodweer

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Poging zware mishandeling door ex-vriendin tegen hoofd en lichaam te slaan en tegen haar hoofd te schoppen toen zij op de grond lag, art. 302.1 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis. Raadsman heeft aangevoerd dat door verdachte gebruikt geweld proportioneel was, omdat aangeefster mes had en verdachte daarmee in zijn been is geraakt. Hof heeft geoordeeld dat aan verdachte geen beroep op noodweer toekomt op de grond dat weliswaar sprake was van wederrechtelijke aanranding van verdachte door aangeefster, maar dat niet aan hier te stellen proportionaliteitseis is voldaan. Dat oordeel is, in aanmerking genomen hetgeen door raadsman in h.b. is aangevoerd, niet toereikend gemotiveerd. Hof heeft immers niet duidelijk gemaakt dat en waarom naar zijn oordeel kan worden voorbijgegaan aan door verdediging aangevoerde omstandigheid dat verdachte is gebleven binnen grenzen van proportionaliteit doordat aangeefster mes in haar handen had en dat mes hem in zijn been heeft geraakt. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: