Hoge Raad 6 maart 2018

ECLI:NL:HR:2018:304

Datum: 06-03-2018

Onderwerp(en): Medeplichtigheid | ripdeal

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Medeplichtigheid aan gekwalificeerde doodslag, art. 287 en 288 Sr. Voor medeplichtigheid vereist opzet en eis van voldoende verband tussen beoogd en gepleegd delict in context van ripdeal. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BO4471 m.b.t. situatie waarin (voorwaardelijk) opzet van medeplichtige niet (volledig) is gericht op het gronddelict en eis dat misdrijf waarop het opzet van medeplichtige wel was gericht voldoende verband moet houden met het gronddelict. Hof heeft vastgesteld dat het opzet van verdachte gericht was op het behulpzaam zijn bij het rippen van een partij cocaïne en dat daarmee diens opzet was gericht op het behulpzaam zijn bij "een diefstal waarbij (mogelijk fors) geweld zou worden toegepast". Hof heeft op grond daarvan geoordeeld dat dit misdrijf verband hield met de gekwalificeerde doodslag a.b.i. art. 288 Sr. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Volgt verwerping.