Centrale Raad van Beroep 26 februari 2020

ECLI:NL:CRVB:2020:458

Datum: 26-02-2020

Onderwerp(en): Overzicht uitspraken: Inhoud onderzoek en verslag

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht

Ter zitting is gebleken dat het college de hulpvraag van appellante onjuist heeft vastgesteld. Appellante heeft te kennen gegeven dat zij behoefte heeft aan voortdurende activering en afleiding, zowel binnen- als buitenshuis. Voor de extra kosten die deze zorg meebrengt, wil zij een tegemoetkoming. Omdat het college de hulpvraag niet correct in beeld heeft gebracht, heeft het college ook de specifieke ondersteuningsbehoefte van appellante niet kunnen vaststellen. Als gevolg hiervan is evenmin duidelijk of, en zo ja welke maatwerkvoorziening moet worden verstrekt. De Raad ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Gelet op de bijzondere omstandigheden en het zwaarwegende belang van appellante bij een finale beslechting van dit langlopende geschil, acht de Raad het passend overeenkomstig de hulpvraag van appellante een tegemoetkoming meerkosten als bedoeld in artikel 21 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2019 van € 500,- per maand te verstrekken voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 11 mei 2020.

Spreker(s)

mr-Erik-Klein-Egelink-D01.jpg
mr. Erik Klein Egelink

senior rechter Rechtbank Gelderland

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: